Het Beslissende Kwartier ChatGPT: De vijftien minuten die AI mainstream maakten Historisch moment: 30 november 2022 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/chatgpt-de-vijftien-minuten-die-ai-mainstream-maakten.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. San Francisco, dertig november tweeduizendtweeëntwintig. Het exacte tijdstip is niet gedocumenteerd. De ochtendschemering hangt nog boven de stad. In het kantoor van OpenAI gloeit het blauwe licht van beeldschermen. Er hangt een spanning die je bijna kunt aanraken. Een spanning die hoort bij iets wat nog nooit eerder is gedaan. Op een van die schermen staat een blogpost klaar. Titel: Introducing ChatGPT. Vijf woorden. Meer niet. Vijf woorden die de wereld zullen verdelen in een voor en een na. De mensen in dit kantoor weten dat ze iets groots in handen hebben. Ze weten alleen nog niet hoe groot. Ze hebben geen idee dat deze ochtend het startschot vormt voor de snelste adoptie van een consumentenproduct in de geschiedenis. Dat binnen vijf dagen een miljoen mensen zullen inloggen. Dat binnen twee maanden honderd miljoen gebruikers een gesprek zullen voeren met een machine. Dit is Het Beslissende Kwartier. De vijftien minuten waarin kunstmatige intelligentie mainstream werd. Om dit moment te begrijpen, moeten we terug. Terug naar negentienzesenzestig, toen een onderzoeker aan het Massachusetts Institute of Technology een programma schreef genaamd ELIZA. Het was een simpele chatbot die deed alsof hij een psychotherapeut was. ELIZA herhaalde vooral wat je zelf zei, in vraagvorm. Het was een truc. Maar mensen trapten erin. Ze vertrouwden hun geheimen toe aan een machine. Decennialang bleef dat de staat van de technologie. Chatbots die trucs uitvoerden. Die scripts volgden. Die deden alsof. Maar in tweeduizendzeventien veranderde alles. Google-onderzoekers publiceerden een paper over een nieuwe architectuur: de Transformer. Het was een doorbraak in hoe computers taal konden begrijpen. Niet meer woord voor woord, maar in context. In samenhang. OpenAI, opgericht in tweeduizendvijftien met de missie om kunstmatige algemene intelligentie veilig te ontwikkelen, greep deze technologie. In tweeduizendachttien kwam GPT-1. In tweeduizendnegentien GPT-2. In tweeduizendtwintig GPT-3, met honderdvijfenzeventig miljard parameters. Elke versie groter. Elke versie beter. Maar altijd achter gesloten deuren. Altijd voor experts. In het kantoor van OpenAI werkt die ochtend een klein team aan de laatste voorbereidingen. Sam Altman, zevenendertig jaar, is de CEO. Een man die eerder Y Combinator leidde, de beroemdste startup-accelerator ter wereld. Hij gelooft dat taalinterfaces de toekomst zijn. Dat we straks tegen computers praten en krijgen wat we willen. Naast hem: Greg Brockman, vijfendertig jaar, president en medeoprichter. De technische architect. Ilya Sutskever, ook vijfendertig, is de chief scientist. Een briljante onderzoeker die ooit bij Google werkte. En Mira Murati, drieëndertig, de CTO die de brug slaat tussen onderzoek en product. Samen hebben ze besloten iets te doen wat tegen de gewoonte ingaat. Ze gaan een krachtig taalmodel niet verstoppen achter een API voor ontwikkelaars. Ze gaan het weggeven. Gratis. Aan iedereen. Ze noemen het een research preview. Een onderzoeksvoorbeeld. Het doel, zeggen ze, is feedback verzamelen. Leren van gebruikers. Ontdekken waar het model faalt. Maar wat ze werkelijk doen, is een deur openzetten. Een deur waar de hele wereld doorheen zal lopen. Het exacte tijdstip is niet gedocumenteerd. Ergens in het kantoor klikt iemand op publiceren. De blogpost gaat live. We have trained a model called ChatGPT which interacts in a conversational way, staat er. Het dialoogformaat maakt het mogelijk om vervolgvragen te beantwoorden, fouten toe te geven, onjuiste aannames te weerleggen. De technische beschrijving is droog. Zakelijk. Maar wat er staat, is revolutionair. Dit is geen chatbot die scripts volgt. Dit is een systeem dat luistert. Dat begrijpt. Dat antwoordt alsof het denkt. Binnen minuten verschijnen de eerste gebruikers. Ze typen vragen. Simpele vragen eerst. Wat is de hoofdstad van Frankrijk? Leg uit hoe fotosynthese werkt. De antwoorden komen. Vloeiend. Coherent. Menselijk. Dan worden de vragen complexer. Schrijf een gedicht over eenzaamheid. Leg kwantummechanica uit alsof ik vijf jaar ben. Help me met mijn sollicitatiebrief. En ChatGPT antwoordt. Elke keer. Op alles. De eerste dag wordt de eerste week. En binnen vijf dagen, vijf dagen, heeft ChatGPT een miljoen gebruikers. Het is een record voor consumentensoftwareadoptie. Nooit eerder bereikte een applicatie zo snel zoveel gebruikers. Vijf dagen. Het is een record dat niemand voor mogelijk had gehouden. De servers van OpenAI kunnen de vraag nauwelijks aan. Er zijn wachtrijen. Foutmeldingen. Overbelasting. Maar de mensen blijven komen. Docenten ontdekken dat hun studenten essays laten schrijven door de machine. Programmeurs ontdekken dat de machine beter code kan debuggen dan zijzelf. Journalisten ontdekken dat ze interviews kunnen voorbereiden door te oefenen met een AI. Kunstenaars ontdekken dat ze ideeën kunnen brainstormen met iets dat nooit moe wordt. En gewone mensen, miljoenen gewone mensen, ontdekken voor het eerst wat kunstmatige intelligentie werkelijk kan. Eind december, een maand na de lancering, heeft ChatGPT zevenenvijftig miljoen maandelijkse actieve gebruikers. In januari tweeduizenddrieëntwintig passeert het de honderd miljoen. Het is de snelstgroeiende consumentenapplicatie in de geschiedenis. De wereld reageert. Google, dat jarenlang als leider gold in AI-onderzoek, voelt de druk. De ontwikkeling van wat later Gemini zal worden, wordt versneld. De techgigant beseft dat het ingehaald dreigt te worden. Anthropic, opgericht door voormalige OpenAI-medewerkers, lanceert Claude. Microsoft, dat miljarden in OpenAI heeft geïnvesteerd, kondigt aan dat het ChatGPT zal integreren in Bing. De AI-race is begonnen. En iedereen rent. In februari tweeduizenddrieëntwintig lanceert OpenAI ChatGPT Plus, een betaald abonnement dat moet helpen de enorme servercapaciteit te bekostigen. In maart stelt het bedrijf de API beschikbaar voor ontwikkelaars. En later die maand komt GPT-4, nog krachtiger, nog verfijnder. Wat maakt dit moment zo bijzonder? Het is niet de technologie zelf. De fundamentele componenten van ChatGPT, de Transformer-architectuur, de trainingsmethoden, de schaal, bestonden al jaren in de academische literatuur. Yann LeCun, hoofdwetenschapper AI bij Meta, zal later zeggen dat er technisch gezien weinig nieuws was. Maar dat mist het punt. De revolutie zat niet in de wetenschap. De revolutie zat in de toegang. Voor het eerst kon iedereen, letterlijk iedereen met een internetverbinding, een gesprek voeren met een systeem dat leek te begrijpen wat je zei. Geen programmeerkennis nodig. Geen technische achtergrond. Geen toegang tot exclusieve API's. Gewoon een tekstvenster. Typ je vraag. Krijg je antwoord. OpenAI had de deur opengezet. En de hele wereld liep naar binnen. De gevolgen zijn nog steeds niet te overzien. In de jaren na de lancering verandert alles. Onderwijs worstelt met de vraag hoe je studenten nog kunt toetsen. Journalistiek worstelt met de vraag wat nog echt is en wat gegenereerd. Kunst worstelt met de vraag wat originaliteit nog betekent. Werk worstelt met de vraag welke banen zullen verdwijnen en welke zullen ontstaan. Maar er is ook hoop. Mensen met een handicap krijgen hulpmiddelen die voorheen ondenkbaar waren. Kleine ondernemers krijgen toegang tot capaciteiten die voorheen alleen grote bedrijven konden betalen. Onderzoekers krijgen assistenten die nooit slapen. De discussie over AI-veiligheid, ooit een niche-onderwerp voor filosofen en techneuten, wordt mainstream. Regeringen beginnen na te denken over regulering. Europa werkt aan de AI Act. Amerika debatteert over toezicht. En de vraag die boven alles hangt: wat gebeurt er als deze systemen nog slimmer worden? Terug naar die ochtend in San Francisco. Het is nog steeds dertig november tweeduizendtweeëntwintig. In het kantoor van OpenAI kijken de medewerkers naar hun schermen. Ze zien de getallen stijgen. De gebruikers binnenstromen. De gesprekken zich vermenigvuldigen. Ze hebben een gratis onderzoeksvoorbeeld gelanceerd. Dat is wat ze zeiden. Maar wat ze werkelijk hebben gedaan, is de geest uit de fles laten. Er is geen weg terug. Niet voor hen. Niet voor de technologie-industrie. Niet voor de samenleving. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om de grens te overschrijden tussen een wereld waarin AI een abstract concept was voor de meeste mensen, en een wereld waarin honderd miljoen mensen chatten met een machine. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Stel je voor dat OpenAI die ochtend een andere keuze had gemaakt. Dat ze ChatGPT hadden gelanceerd zoals ze GPT-3 hadden gelanceerd, via een API, alleen voor ontwikkelaars, met wachtlijsten en goedkeuringsprocedures. De technologie zou er nog steeds zijn geweest. De capaciteiten onveranderd. Maar de wereld zou het niet hebben geweten. Niet zo. Niet op deze schaal. De publieke verbeelding zou niet zijn aangestoken. De AI-race zou niet in deze vorm zijn begonnen. Regeringen zouden niet zo snel zijn gaan nadenken over regulering. De keuze om de deur open te zetten, gratis, voor iedereen, was geen technische beslissing. Het was een filosofische. OpenAI geloofde dat de wereld moest wennen aan AI voordat AI te krachtig zou worden om nog aan te wennen. Of die strategie juist was, zullen we pas over decennia weten. San Francisco, dertig november tweeduizendtweeëntwintig. De ochtendschemering is verdwenen. De zon staat hoog boven de stad. In het kantoor van OpenAI branden de servers. De wereld praat met een machine. En de machine praat terug. Ergens in die vijftien minuten, ergens tussen het klikken op publiceren en het moment dat de eerste miljoen gebruikers inlogden, verschoof er iets. Iets dat niet meer ongedaan gemaakt kan worden. De vraag is niet langer of machines kunnen denken. De vraag is wat wij gaan doen nu ze dat lijken te kunnen. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.