Het Beslissende Kwartier Bankencrisis 2008: de dag dat Nederland zijn banken redde Historisch moment: 28 september 2008 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-dag-dat-nederland-zijn-banken-redde.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Brussel, achtentwintig september tweeduizendacht. Het is zondagavond, acht uur. In het Belgische parlement brandt licht achter gesloten gordijnen. Ministers uit drie landen zitten rond een tafel bezaaid met documenten, koffiekoppen, en de restanten van een doorgewerkt weekend. De klok tikt. Morgenochtend gaan de beurzen weer open. En als zij geen oplossing vinden, stort een van de grootste banken van de Benelux in elkaar. Fortis. Een naam die miljoenen spaarders kennen. Een bank met takken in België, Nederland en Luxemburg. Een bank die te groot is om te falen, maar die op dit moment uit elkaar dreigt te vallen. Minister van Financiën Wouter Bos, vijfenveertig jaar oud, kijkt naar zijn Belgische collega Didier Reynders. Beiden weten: wat zij de komende minuten beslissen, bepaalt of morgen de geldautomaten nog werken. Of mensen nog bij hun spaargeld kunnen. Of de paniek overslaat naar andere banken. Dit is Het Beslissende Kwartier. Over de dag dat de kredietcrisis Nederland bereikte. Om te begrijpen wat er die zondagavond op het spel staat, moeten we terug naar de zomer van tweeduizendenzeven. Op Wall Street worden hypotheken gebundeld en doorverkocht als complexe financiële producten. Amerikanen die eigenlijk geen huis kunnen betalen, krijgen toch een lening. De huizenprijzen blijven immers altijd stijgen. Tot ze dat niet meer doen. Wanneer huiseigenaren hun hypotheek niet meer kunnen betalen, stort het kaartenhuis in. De producten waarin banken wereldwijd hebben belegd, blijken waardeloos. Het onderlinge vertrouwen tussen banken verdwijnt. Niemand weet meer wie er nog solvent is. Op vijftien september tweeduizendacht valt de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers om. Het is het startschot voor een wereldwijde paniek. Maar voor Fortis begint de crisis al eerder. De bank heeft in tweeduizendenzeven een deal gesloten die haar fataal zal worden. In oktober tweeduizendenzeven neemt Fortis samen met twee andere banken de Nederlandse grootbank ABN Amro over. Fortis betaalt voor het Nederlandse deel. Geld dat de bank niet heeft, maar leent. Het kapitaal van Fortis raakt uitgeput. Als de kredietcrisis een jaar later uitbreekt, is Fortis kwetsbaar. De beurswaarde daalt maand na maand. Spaarders beginnen hun geld weg te halen. Op vrijdag zesentwintig september tweeduizendacht keldert het aandeel Fortis met ruim twintig procent in Brussel. Beleggers vrezen voor de kapitaalbasis van de bank. De blootstelling aan Amerikaanse subprime hypotheekgerelateerde activa blijkt groter dan gedacht. Die avond belegt de bank een spoedpersconferentie. De boodschap is geruststellend: de positie van Fortis is sterk. De bank kondigt aan extra activa te verkopen om vijf miljard euro aan kapitaal op te halen. De boodschap: alles is onder controle. Maar achter de schermen gebeurt iets anders. CEO Herman Verwilst wordt vervangen door Filip Dierckx. Het is een teken van paniek. De volgende avond belt Wouter Bos met De Nederlandsche Bank. President Nout Wellink, vijfenzestig jaar oud, annuleert een reis naar Chicago en keert terug naar Nederland. In Amsterdam houdt Wouter Bos spoedoverleg met het management van De Nederlandsche Bank. De ernst van de situatie is nu duidelijk. Fortis kampt niet alleen met dalende beurskoersen. Er zijn bankruns gaande: spaarders halen massaal hun geld weg. Het weekend van de waarheid begint. Zaterdagnacht. De noodoverleggen starten in Brussel. Rond de tafel zitten vertegenwoordigers van drie regeringen en de Europese Centrale Bank. Nederland stuurt minister Wouter Bos. België wordt vertegenwoordigd door premier Yves Leterme, zevenenveertig jaar, en minister Didier Reynders, vijftig jaar. Vanuit Frankfurt volgt ECB-president Jean-Claude Trichet, vijfenzestig jaar oud, de ontwikkelingen. De druk is immens. De situatie is kritiek. Spaarders halen massaal hun geld weg bij Fortis. Andere banken weigeren nog leningen te verstrekken aan de wankelende reus. Als maandagochtend de beurzen openen zonder oplossing, dreigt een bankrun. Niet alleen bij Fortis, maar mogelijk bij andere banken. Het hele financiële systeem kan meegezogen worden. De vraag is niet of de overheid moet ingrijpen, maar hoe. En hoeveel geld dat gaat kosten. De onderhandelingen duren de hele zondag. Elk land heeft andere belangen. België wil de bank redden maar niet alle kosten dragen. Nederland maakt zich zorgen over de Nederlandse onderdelen van Fortis, inclusief de net overgenomen delen van ABN Amro. Luxemburg heeft een kleinere, maar niet onbelangrijke tak. De nieuwe CEO Filip Dierckx, tweeënvijftig jaar oud en nog geen twee dagen in functie, probeert uit te leggen hoe erg de situatie werkelijk is. Hij heeft op zesentwintig september de volledige CEO-bevoegdheid gekregen, als opvolger van Herman Verwilst. Nu moet hij drie regeringen ervan overtuigen dat zijn bank op instorten staat. De cijfers liegen niet. Fortis bloedt leeg. Zonder kapitaalinjectie is de bank binnen dagen failliet. Premier Balkenende zal later in de Tweede Kamer verklaren: een faillissement van Fortis zou onevenredige schade hebben toegebracht aan het Nederlandse financiële stelsel en daarmee ook aan de Nederlandse economie als geheel. Maar op dit moment weet niemand precies hoe groot die schade zou zijn. Ze weten alleen dat ze het niet kunnen riskeren. Op zondagavond, laat in de avond, bereiken de drie landen een akkoord. Het is een gedeeltelijke nationalisatie. Een constructie die een week eerder nog ondenkbaar zou zijn geweest. Geen volledige overname door de staat, maar een gezamenlijke kapitaalinjectie. De bankaandelen blijven gedeeltelijk in private handen. Het is een compromis, geboren uit noodzaak. België en Nederland nemen elk een belang van negenenveertig procent in de respectievelijke nationale bankonderdelen van Fortis. Luxemburg verstrekt een converteerbare lening van twee komma vijf miljard euro voor een belang van negenenveertig procent in Fortis Bank Luxemburg. In totaal pompen de drie regeringen elf komma twee miljard euro in de bank. Premier Leterme en minister Bos houden dezelfde avond een persconferentie in Brussel. De boodschap aan de spaarders: uw geld is veilig. De overheid garandeert het. Wouter Bos zal op dertig september in de Tweede Kamer uitleggen: als de stabiliteit van het financiële stelsel ter discussie staat, dient de overheid voor de burger in de bres te springen. Dat is afgelopen weekend dan ook gebeurd. Later, op twee oktober, zal hij ook verklaren dat hij absoluut geen reden heeft om aan te nemen dat Fortis op enig moment onjuiste of onvolledige informatie heeft gegeven. Een opmerkelijke uitspraak, gezien hoe snel de situatie daarna verder verslechtert. Maar de rust keert niet terug. De dagen na de aankondiging blijven spaarders geld opnemen. Andere banken weigeren nog steeds zaken te doen met Fortis. De bank blijft bevroren op de interbancaire markten. Geen bank wil nog geld uitlenen aan Fortis, hoe groot de overheidsgarantie ook is. Het vertrouwen is niet hersteld. Op vrijdag drie oktober, nog geen week later, neemt de Nederlandse regering een tweede, nog radicalere beslissing. Zij nationaliseert alle Nederlandse onderdelen van Fortis volledig. De prijs: zestien komma acht miljard euro. De eerdere Benelux-overeenkomst wordt voor het Nederlandse deel geannuleerd. Nederland staat nu alleen. België nationaliseert kort daarna ook het Belgische deel en verkoopt het grootste gedeelte aan de Franse bank BNP Paribas. Fortis, ooit een symbool van Europese financiële kracht, bestaat niet meer in zijn oorspronkelijke vorm. De Fortis-redding is slechts het begin. In de weken en maanden die volgen, krijgen meer Nederlandse banken staatssteun. ING ontvangt staatssteun. De overheid verhoogt de depositogarantie voor spaarders tot honderdduizend euro, om het vertrouwen te herstellen. Maar de schade is al aangericht. De kredietcrisis raakt de reële economie. In tweeduizendnegen krimpt het Nederlandse bruto binnenlands product met drie komma zeven procent. Een diepe recessie. De huizenmarkt, jarenlang alleen maar gestegen, begint te dalen. Mensen verliezen hun baan, hun huis, hun zekerheid. De crisis die begon met risicovolle hypotheken in Amerika, heeft Nederland bereikt. En het land zal jaren nodig hebben om te herstellen. De gevolgen reiken verder dan economie alleen. De verhouding tussen overheid en bankensector verandert fundamenteel. Banken die jarenlang riepen dat de markt zichzelf reguleert, staan nu met hun hand bij de belastingbetaler. Er komt nieuw toezicht, strengere regels, hogere kapitaalbuffers. De Nederlandsche Bank krijgt kritiek op haar rol in de aanloop naar de crisis. Had zij de risico's niet eerder moeten zien? De politieke nasleep is eveneens aanzienlijk. Premier Balkenende zal later reflecteren: met de kennis van nu ga je altijd kijken wat er toen is gebeurd. Alleen, je moet ook bezien wat toen is gebeurd vanuit de kennis die we toen hadden. Het is een verdediging die vaak zal klinken in de jaren na de crisis. Van bankiers, toezichthouders, en politici. Wat rest is de vraag: was er een alternatief? Had de overheid Fortis kunnen laten vallen? De consensus onder economen is dat dit ondenkbaar was. Een faillissement zou een kettingreactie hebben veroorzaakt. Andere banken zouden zijn meegesleurd. Spaarders zouden massaal hun geld hebben opgeëist. Het betalingsverkeer zou zijn stilgevallen. Geldautomaten zouden leeg zijn gebleven. De maatschappelijke schade zou vele malen groter zijn geweest dan de miljarden die de redding heeft gekost. Toch blijft het wringen. Bankiers die jarenlang bonussen incasseerden, werden gered met belastinggeld. De winsten waren privaat, de verliezen werden publiek. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om de Nederlandse staat tot grootaandeelhouder van een bank te maken. En om het vertrouwen in het financiële systeem voorgoed te veranderen. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Stel dat de drie regeringen die zondagavond geen akkoord hadden bereikt. Dat België, Nederland en Luxemburg het niet eens waren geworden over de verdeling van de kosten. Maandagochtend zouden de beurzen zijn geopend met een bank in vrije val. Spaarders zouden in de rij hebben gestaan bij elk Fortis-kantoor. De beelden zouden over de hele wereld zijn gegaan. Het vertrouwen in Europese banken, toch al fragiel, zou verder zijn gekelderd. Andere banken met problemen zouden direct onder vuur zijn komen te liggen. Het domino-effect waar iedereen bang voor was, zou werkelijkheid zijn geworden. Misschien had de Europese Centrale Bank uiteindelijk ingegrepen. Misschien had de chaos dagen of weken geduurd. Wat we weten is dit: de onderhandelaars in Brussel waren zich bewust van deze scenario's. En ze waren niet bereid het risico te nemen. Brussel, zondagavond laat. De persconferentie is afgelopen. Ministers keren terug naar hun hoofdsteden. De volledige nationalisatie die niemand wilde, maar die onvermijdelijk zal blijken, staat enkele dagen later op de agenda. In de kantoren van Fortis brandt nog licht. Medewerkers die niet weten of ze volgende week nog een werkgever hebben. Spaarders die onrustig slapen. Een financieel systeem dat wankelt maar nog overeind staat. Dit was de nacht dat de kredietcrisis Nederland bereikte. De nacht dat de overheid voor het eerst sinds generaties direct ingreep om een bank te redden. De nacht dat alles veranderde. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.