Het Beslissende Kwartier CRISPR: de moleculaire schaar voor genbewerking (2012) Historisch moment: 28 juni 2012 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-moleculaire-schaar.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Berkeley, Californië. Achtentwintig juni tweeduizendtwaalf. Het is ochtend aan de westkust van Amerika. In een laboratorium op de campus van de Universiteit van Californië hangt de geur van koffie en anticipatie. Buiten schijnt de zon over de heuvels van de Bay Area, maar binnen, achter de gesloten deuren van Stanley Hall, speelt zich iets af dat de wereld nog niet kan bevatten. Een wetenschappelijk artikel staat op het punt gepubliceerd te worden. Drieëntwintig pagina's. Tabellen, grafieken, moleculaire schema's. Het klinkt als routine. Dat is het niet. Want ergens in die drieëntwintig pagina's zit een instructie. Een handleiding voor het herschrijven van het leven zelf. Een moleculaire schaar die DNA kan knippen op exact de plek die je wilt. Programmeerbaar. Nauwkeurig. Revolutionair. Dit is Het Beslissende Kwartier. De geboorte van CRISPR. Om dit moment te begrijpen, moeten we twee vrouwen leren kennen. Jennifer Doudna is achtenveertig jaar. Een biochemicus uit Californië met een fascinatie voor RNA, de boodschappermolecuul van het leven. Ze leidt een laboratorium in Berkeley waar ze al jaren onderzoek doet naar de moleculaire structuren die cellen laten functioneren. Collega's beschrijven haar als briljant en gedreven, iemand die problemen ziet waar anderen routine zien. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan werkt Emmanuelle Charpentier. Drieënveertig jaar, Frans, microbioloog. Ze is verbonden aan de Umeå Universiteit in Zweden, waar ze een ontdekking heeft gedaan die alles zal veranderen. In bacteriën heeft ze een klein stukje RNA gevonden, tracrRNA genaamd, dat een cruciale rol speelt in hoe bacteriën zichzelf verdedigen tegen virussen. In maart tweeduizendelf ontmoeten de twee elkaar op een wetenschappelijke conferentie in Puerto Rico. Ze raken aan de praat. Ze delen ideeën. En ze besluiten samen te werken. Het verhaal begint eigenlijk vijfentwintig jaar eerder. In negentienzevenentachtig ontdekt de Japanse wetenschapper Yoshizumi Ishino iets vreemds in het DNA van darmbacteriën. Herhalende sequenties, steeds weer dezelfde patronen, onderbroken door unieke stukjes code. Hij begrijpt niet wat het betekent. Niemand begrijpt het. Pas jaren later, wanneer de Spaanse microbioloog Francisco Mojica dezelfde patronen in tientallen verschillende bacteriesoorten vindt, begint het beeld te kantelen. Die unieke stukjes code tussen de herhalingen, ontdekt Mojica, komen overeen met DNA van virussen. Het is alsof bacteriën een archief bijhouden van hun vijanden. In tweeduizendenvijf stelt Mojica voor dat dit systeem, inmiddels CRISPR gedoopt, een vorm van immuniteit is. Bacteriën onthouden welke virussen hen hebben aangevallen. En ze gebruiken die informatie om zich te verdedigen. Het Cas9-eiwit, ontdekt in datzelfde jaar, blijkt de uitvoerder te zijn. De schaar die het vijandelijke DNA kapot knipt. Maar hoe precies? Dat is de vraag die Doudna en Charpentier willen beantwoorden. Het is de ochtend van achtentwintig juni tweeduizendtwaalf wanneer het artikel online verschijnt in Science. De titel is droog, technisch, zoals wetenschappelijke titels zijn. Maar de inhoud is dynamiet. In het laboratorium in Berkeley hebben de postdocs en promovendi maanden gewerkt aan experimenten die nu hun climax bereiken. Het centrale inzicht is elegant in zijn eenvoud. Het Cas9-enzym, de moleculaire schaar van bacteriën, kan worden gestuurd door een gids, een stukje RNA dat je zelf ontwerpt. Verander de gids, en je verandert waar de schaar knipt. De onderzoekers gaan nog een stap verder. Ze fuseren twee RNA-moleculen, het crRNA en het tracrRNA, tot één enkel synthetisch geheel. Eén gids-RNA. Eén schaar. Eén systeem dat je kunt programmeren om vrijwel elke DNA-sequentie te vinden en te knippen. In een reageerbuis laten ze zien dat het werkt. De schoonheid van de ontdekking zit in de eenvoud. Eerdere methoden voor genbewerking, zoals zinkvingernucleasen en TALEN's, waren complex en duur. Voor elke nieuwe DNA-locatie moest je een nieuw eiwit ontwerpen en produceren. Maanden werk. Duizenden euro's. Met CRISPR-Cas9 verandert dat fundamenteel. Wil je een ander stuk DNA knippen? Ontwerp een nieuw gids-RNA. Twintig letters code, meer niet. Het Cas9-enzym blijft hetzelfde. Het systeem is modulair, flexibel, goedkoop. Jennifer Doudna zal later zeggen: de schoonheid van CRISPR is de eenvoud ervan. Die eenvoud is precies wat het zo krachtig maakt. Laboratoria over de hele wereld, ook die zonder grote budgetten, kunnen nu genetische experimenten uitvoeren die voorheen onmogelijk waren. De democratisering van genbewerking begint op deze ochtend in juni. Met een publicatie. Met een demonstratie in vitro. Met het bewijs dat de natuur ons een gereedschap heeft gegeven dat we kunnen lenen, aanpassen en gebruiken. De reactie van de wetenschappelijke wereld is onmiddellijk. Binnen weken stromen de eerste e-mails binnen van collega's die de techniek willen toepassen. Binnen maanden publiceren onafhankelijke onderzoeksgroepen bevestigende resultaten. Begin tweeduizenddertien, slechts een half jaar later, tonen de laboratoria van Feng Zhang aan het Broad Institute en George Church aan Harvard iets dat de implicaties nog groter maakt. CRISPR-Cas9 werkt niet alleen in bacteriën. Het werkt in menselijke cellen. Het werkt in plantencellen. Het werkt in vrijwel elk levend organisme dat je kunt bedenken. De techniek explodeert. Onderzoekers gebruiken CRISPR om genen uit te schakelen en te bestuderen. Om ziektemodellen te maken in muizen. Om gewassen te ontwikkelen die beter bestand zijn tegen droogte. De mogelijkheden lijken eindeloos. Maar met die mogelijkheden komen ook vragen. Grote vragen. Over veiligheid. Over ethiek. Over de grenzen van wat we mogen doen met de bouwstenen van het leven. De jaren na de publicatie brengen zowel triomf als controverse. In tweeduizendenzestien beginnen in China de eerste klinische proeven met CRISPR-bewerkte cellen bij menselijke patiënten. Kankeronderzoek, immuuntherapie. De techniek die in Berkeley in een reageerbuis werd gedemonstreerd, bereikt nu ziekenhuizen. Maar er zijn ook schaduwzijden. Patentgeschillen ontbranden over de technologie. De wetenschappelijke samenwerking die CRISPR mogelijk maakte, maakt plaats voor juridische strijd. En dan is er de ethische discussie. De mogelijkheid om het menselijk genoom te bewerken roept intense vragen op. Mogen we kiembaanmodificatie toepassen, veranderingen die erfelijk zijn? De internationale wetenschappelijke gemeenschap worstelt met de implicaties. CRISPR biedt ongekende mogelijkheden, maar de grenzen van wat we mogen doen zijn nog lang niet uitgekristalliseerd. CRISPR, zo blijkt, is een gereedschap dat zowel kan genezen als kan schaden. De vraag is niet of we het kunnen gebruiken. De vraag is of we wijs genoeg zijn om het verantwoord te doen. Om de impact van die junidag in tweeduizendtwaalf te begrijpen, moet je beseffen hoe genetisch onderzoek er daarvoor uitzag. Sinds de ontdekking van de DNA-structuur door Watson en Crick in negentiendrieënvijftig wisten wetenschappers dat genen de blauwdruk van het leven bevatten. Maar die blauwdruk lezen was één ding. Hem herschrijven was iets heel anders. De eerste pogingen tot gentherapie in de jaren negentig van de twintigste eeuw waren hoopvol maar teleurstellend. De technieken waren te onnauwkeurig, de risico's te groot. Patiënten stierven aan bijwerkingen. Het veld raakte in diskrediet. Zinkvingernucleasen en TALEN's brachten verbetering, maar bleven arbeidsintensief en kostbaar. Alleen gespecialiseerde laboratoria met grote budgetten konden ermee werken. CRISPR veranderde die spelregels. Niet door een geheel nieuw principe te introduceren, maar door een bestaand biologisch mechanisme zo te vereenvoudigen dat het universeel toepasbaar werd. De natuur had het gereedschap al gemaakt. Doudna en Charpentier toonden hoe we het konden gebruiken. In tweeduizendtwintig ontvangen Jennifer Doudna en Emmanuelle Charpentier de Nobelprijs voor Scheikunde. Het is de bekroning van wat begon met een ontmoeting in Puerto Rico en een publicatie in juni. Maar de werkelijke erfenis van CRISPR reikt verder dan prijzen. In laboratoria over de hele wereld werken onderzoekers aan therapieën voor genetische ziekten die voorheen onbehandelbaar waren. Sikkelcelziekte. Bepaalde vormen van blindheid. Spierziekten. De eerste CRISPR-gebaseerde geneesmiddelen bereiken de markt. Patiënten die hun hele leven afhankelijk waren van bloedtransfusies kunnen nu genezen worden. Niet behandeld, genezen. Het woord dat artsen generaties lang niet durfden uit te spreken bij genetische aandoeningen. Tegelijkertijd groeit de discussie over regulering. Hoe ver mogen we gaan? Mogen we erfelijke ziekten uitroeien? Mogen we eigenschappen selecteren? Waar ligt de grens tussen genezing en verbetering? Het zijn vragen die de mensheid nog decennia zullen bezighouden. Op die ochtend in juni tweeduizendtwaalf, wanneer het artikel online verschijnt, kan niemand de volledige omvang van de ontdekking bevatten. Niet de onderzoekers zelf, niet de redacteuren van Science, niet de collega's die als eerste reageren. Wat ze wel weten is dit: ze hebben aangetoond dat een bacterieel afweersysteem kan worden omgebouwd tot een programmeerbaar gereedschap. Ze hebben bewezen dat DNA op een specifieke locatie kan worden geknipt met ongekende precisie. Ze hebben de deur geopend naar mogelijkheden die voorheen tot het rijk van de sciencefiction behoorden. Emmanuelle Charpentier zal later zeggen: wetenschap gaat niet over de eerste zijn. Het gaat over gelijk hebben. Op achtentwintig juni tweeduizendtwaalf hadden ze gelijk. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om de mensheid een gereedschap te geven waarmee ze haar eigen genetische code kan herschrijven. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Stel je voor dat de samenwerking tussen Doudna en Charpentier nooit was ontstaan. Dat ze elkaar niet hadden ontmoet op die conferentie in Puerto Rico. Dat hun gesprek was blijven steken bij beleefdheden. De ontdekking van CRISPR als genbewerkingstool zou ongetwijfeld toch zijn gekomen. Andere laboratoria werkten aan dezelfde puzzel. Feng Zhang in Massachusetts. George Church in Harvard. De kennis was er, de bouwstenen lagen klaar. Maar timing is alles in de wetenschap. Een jaar vertraging had betekend dat duizenden experimenten later waren begonnen. Dat patiënten langer hadden moeten wachten op therapieën. Dat de ethische discussie pas later was ontbrand, misschien in een minder gecontroleerde context. De samenwerking tussen een Amerikaanse biochemicus en een Franse microbioloog, twee vrouwen in een door mannen gedomineerd veld, versnelde de geschiedenis. Hun complementaire expertise, Doudna's kennis van RNA-structuren en Charpentier's begrip van bacteriële systemen, maakte de doorbraak mogelijk. Wetenschap is zelden het werk van eenlingen. Het is het werk van verbindingen. Berkeley, Californië. Het is tweeduizendzesentwintig. Veertien jaar na die ochtend in juni. In laboratoria over de hele wereld knippen moleculaire scharen DNA met chirurgische precisie. Patiënten met genetische ziekten ontvangen therapieën die hun voorouders voor onmogelijk hielden. En ergens, in een vergaderzaal of een collegezaal, debatteren ethici en wetenschappers over de grenzen van wat we mogen doen met de code van het leven. De vragen die CRISPR opriep zijn niet beantwoord. Misschien kunnen ze nooit definitief worden beantwoord. Maar het gesprek is begonnen. En dat gesprek is zelf een vorm van vooruitgang. Op achtentwintig juni tweeduizendtwaalf publiceerden twee vrouwen een artikel van drieëntwintig pagina's. Daarin stond de handleiding voor een gereedschap dat de mensheid kan gebruiken om zichzelf te genezen. Of om zichzelf te veranderen. De keuze is aan ons. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.