Het Beslissende Kwartier Indonesië: de onafhankelijkheid van 17 augustus 1945 Historisch moment: 17 augustus 1945 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-onafhankelijkheid-van-indonesie.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Jakarta. Zeventien augustus negentienvijfenveertig. Het is kort voor tien uur 's ochtends. In het oosten van de stad staat een eenvoudig huis met een kleine veranda. Pegangsaan Timur zesenvijftig. Voor het hek verzamelt zich een menigte. Honderden mensen. Sommigen hebben de hele nacht gehoord dat er iets staat te gebeuren. Anderen zijn er door vrienden en buren naartoe getrokken. Het is warm. De oorlog in Azië is twee dagen geleden geëindigd. Japan heeft gecapituleerd. En in de archipel die al eeuwenlang Nederlands-Indië heet, hangt iets in de lucht wat niemand meer kan tegenhouden. Op de veranda staat een man van vierenveertig. Naast hem een man van drieënveertig. Tussen hun vingers een vel papier met een paar regels tekst. Geen leger staat achter hen. Geen enkele regering erkent hen. Er is alleen die menigte, die wacht. Wat deze twee mannen in de komende minuten gaan uitspreken, zal een kolonie van miljoenen mensen voorgoed losmaken van Europa. Dit is Het Beslissende Kwartier. De proclamatie van de onafhankelijkheid van Indonesië. Om te begrijpen wat er op die veranda gebeurt, moeten we terug naar het begin van de oorlog. Indonesië is dan al eeuwenlang een Nederlandse kolonie. Nederlands-Indië, de meest waardevolle bezitting van een klein land in Europa. In maart negentientweeënveertig verandert alles. Japan valt de archipel binnen en verslaat het Nederlandse koloniale leger in enkele weken. De Nederlanders verdwijnen in interneringskampen. Indonesische mannen worden als dwangarbeiders ingezet. De Japanse bezetting is hard en wreed. Maar de Japanners doen ook iets anders. Onder de leus Azië voor de Aziaten geven ze ruimte aan het Indonesische nationalisme. Leiders die de Nederlanders jarenlang hadden verbannen of opgesloten, krijgen nu een podium. Onder hen Soekarno en Mohammed Hatta. Twee mannen die al voor de oorlog droomden van een vrije republiek. Dan, op vijftien augustus negentienvijfenveertig, capituleert Japan. De bezetter is verslagen. De Nederlanders zijn nog niet terug. En in dat gat, dat machtsvacuüm, ontstaat een kans die maar heel even open zal staan. De jongeren wachten niet. De pemoeda's, de nationalistische jeugd, eisen dat de onafhankelijkheid onmiddellijk wordt uitgeroepen. Nu het Japanse gezag is weggevallen en de Nederlanders nog niet zijn teruggekeerd. Maar Soekarno en Hatta aarzelen. Zij willen het zorgvuldig doen, via de geijkte weg. Voor de jongeren duurt dat te lang. In de vroege ochtend van zestien augustus nemen zij het heft in eigen handen. Ze ontvoeren Soekarno en Hatta uit hun woningen en brengen hen naar Rengasdengklok, buiten de stad. Daar zetten ze de twee leiders onder druk. Roep de vrijheid uit. Vandaag nog. Later die dag keren ze terug naar Jakarta. En dan gebeurt iets opmerkelijks. De tekst van de onafhankelijkheidsverklaring wordt opgesteld in het huis van een Japanse marineofficier. Schout-bij-nacht Tadashi Maeda stelt zijn residentie ter beschikking. Tegen de orders van Tokio in. Daar, in de nacht van zestien op zeventien augustus, buigen Soekarno, Hatta en Achmad Soebardjo zich over een paar zinnen. Een paar zinnen die een rijk tot leven moeten roepen. Tien uur. Op de veranda van Pegangsaan Timur zesenvijftig is het zover. De tekst is af. Kort, bijna nuchter. Geen lange aanklacht tegen de kolonisator, geen opsomming van eeuwen onrecht. Slechts een paar regels, ondertekend met de woorden: namens het Indonesische volk, Soekarno, Hatta. Er is geen groot podium. Geen parlement, geen leger, geen buitenlandse gasten. Alleen een huis, een veranda en een menigte die zich op straat verdringt. Voor de geijkte ceremonie is geen tijd. De geschiedenis wacht niet op decorum. Soekarno staat vooraan. Naast hem Hatta, rustig en ingetogen, de tegenpool van de bevlogen redenaar. Samen vormen ze een duo dat de Indonesiërs kennen van talloze toespraken en pamfletten. De een is het vuur, de ander de ratio. De menigte valt stil. En Soekarno begint te spreken. Op de veranda is het stil geworden. Geen lange aanloop, geen uitgesponnen toespraak. De tekst die hij zal voorlezen, is kort. Toch draagt Soekarno een beeld met zich mee dat hij zijn volk al jaren voorhoudt. De onafhankelijkheid, zo zei hij, is als een gouden brug. Aan de overzijde van die brug zal een sterke, gezonde en eeuwig vrije Indonesische samenleving verrijzen. Niet de vrijheid als eindpunt, maar als drempel. Als de eerste stap naar iets groters. Hij weet wat er op het spel staat. Hij weet dat de Japanners verslagen zijn, maar nog gewapend in de stad rondlopen. Hij weet dat de Nederlanders terug willen keren en de kolonie willen heroveren. Hij weet dat dit moment, deze ochtend, misschien de enige opening is die de geschiedenis hem biedt. En dan pakt hij het vel papier. Hij kijkt naar de menigte. En hij leest. Wij, de Indonesische natie, verklaren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië. Zo eenvoudig begint het. Geen donderende retoriek. Een vaststelling. Zaken met betrekking tot de machtsoverdracht, leest hij verder, zullen op een eerlijke manier en in de kortst mogelijke tijd worden afgehandeld. Jakarta, zeventien augustus negentienvijfenveertig. Namens het Indonesische volk. Soekarno. Hatta. Dat is alles. Een paar zinnen. Het kost hem geen minuut om ze uit te spreken. Maar in die zinnen ligt de breuk met een koloniaal verleden van honderden jaren. Geen enkele buitenlandse mogendheid heeft deze staat erkend. Geen verdrag is getekend. Het grondgebied staat formeel nog onder Nederlands gezag. En toch is op dit moment, op deze veranda, een nieuw land geboren. Soekarno laat het papier zakken. Voor het hek staat de menigte een ogenblik volkomen stil. Alsof de mensen nog moeten beseffen wat ze zojuist hebben gehoord. En dan barst het los. Eén woord, uit honderden kelen tegelijk. Merdeka. Vrijheid. Merdeka. De strijdkreet die de komende jaren door de hele archipel zal klinken. Op straat, op pleinen, in dorpen en steden. Het woord dat een beweging samenbindt. De mensen voor het hek omarmen elkaar. Wat jarenlang alleen in het geheim werd gefluisterd, mag nu hardop. De republiek is uitgeroepen. De dag na de proclamatie, op achttien augustus, wordt Soekarno benoemd tot de eerste president van de Republiek Indonesië. Mohammed Hatta wordt de eerste vicepresident. De twee mannen van de veranda staan nu aan het hoofd van een staat die nog door niemand wordt erkend, maar die voor miljoenen al een feit is. Waarom is dit kwartier zo beslissend? Omdat het de geboorte van een natie markeert, en het begin van het einde van een tijdperk. Voor die ochtend was Indonesië in de ogen van Europa een kolonie. Een bezitting. Een gebied dat bestuurd, geëxploiteerd en verdedigd werd door een ander land. Na die ochtend was het een republiek die voor zichzelf sprak. Het is een daad van zelfbeschikking. Niet de onafhankelijkheid die door een kolonisator wordt geschonken, op zijn voorwaarden en op zijn tijd. Maar de onafhankelijkheid die een volk zelf uitroept, op het moment dat het de kans krijgt. En de weerklank reikt veel verder dan de archipel. In de jaren die volgen, kijken andere koloniën in Azië en Afrika naar Indonesië. Naar een volk dat niet wachtte tot het vrijgelaten werd, maar zijn eigen vrijheid uitsprak. De proclamatie van zeventien augustus wordt zo een voorbode van een golf van dekolonisatie die de hele wereldkaart zal hertekenen. Maar de weg naar werkelijke vrijheid is lang en bloedig. De proclamatie is geen eindpunt. Ze is het begin van een oorlog. Eerst volgt de Bersiap. Een chaotische, gewelddadige periode direct na de Japanse capitulatie, waarin gewapende groepen dood en verderf zaaien onder niet-Indonesiërs. Onder Nederlanders, Indische Nederlanders, Chinezen en Molukkers. Het is een van de donkerste hoofdstukken van die overgangstijd. Nederland weigert de jonge republiek te erkennen en wil het koloniale gezag herstellen. Met militaire middelen. De operaties die volgen, worden in Den Haag eufemistisch politionele acties genoemd. In werkelijkheid is het een koloniale oorlog, met excessief geweld aan alle kanten. Vier jaar duurt de strijd. Pas onder zware internationale druk geeft Nederland toe. Op zevenentwintig december negentiennegenenveertig draagt Nederland de soevereiniteit over. De onafhankelijkheid die Soekarno vier jaar eerder uitriep, wordt nu pas erkend. En het duurt nog tot tweeduizendvijf voordat Nederland toegeeft dat die vrijheid al op de ochtend van de proclamatie begon. Zeventien augustus negentienvijfenveertig is de dag waarop een man op een veranda een paar zinnen voorleest, en daarmee een rijk losmaakt van een wereldmacht. Het is een dag zonder leger, zonder verdrag, zonder erkenning. Alleen een huis, een menigte en een vel papier. En toch verandert er die ochtend meer dan in welke veldslag van die oorlog ook. Want vrijheid begint niet met een handtekening van de tegenstander. Ze begint met de durf om jezelf vrij te verklaren, en daar de gevolgen van te dragen. Soekarno en Hatta wisten dat een oorlog zou volgen. Ze spraken de woorden toch uit. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om de grootste kolonie van een Europese mogendheid tot een onafhankelijke natie uit te roepen. Om eeuwen koloniaal bestuur in een paar zinnen achter zich te laten. Om een woord, Merdeka, van een fluistering tot een feit te maken. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Wat als de pemoeda's niet hadden ingegrepen? Wat als Soekarno en Hatta hun zin hadden gekregen en hadden gewacht op de zorgvuldige, geijkte weg? De geschiedenis biedt een aanwijzing. De Nederlanders waren vastbesloten om terug te keren en de kolonie te heroveren. De geallieerden bereidden zich voor om de archipel te bezetten en het bestuur over te dragen. Elke dag dat de proclamatie langer op zich liet wachten, was een dag waarin een andere macht het initiatief kon grijpen. Door de proclamatie uit te roepen in dat smalle venster, in die paar dagen tussen de Japanse capitulatie en de terugkeer van de oude machthebbers, schiep Indonesië een voldongen feit. Een republiek die al bestond voordat iemand kon beslissen of ze mocht bestaan. Was de onafhankelijkheid uitgesteld, dan was ze misschien geschonken op andermans voorwaarden. Of helemaal niet. De jongeren die Soekarno en Hatta onder druk hadden gezet, begrepen iets wat de geschiedenis hun gelijk zou geven. Sommige deuren staan maar heel even open. Het is laat in de ochtend in Jakarta. Zeventien augustus negentienvijfenveertig. De menigte voor het hek aan Pegangsaan Timur zesenvijftig begint zich langzaam te verspreiden. Het woord draagt zich door de stad. Op de veranda staan nog altijd twee mannen. Een van vierenveertig, een van drieënveertig. In de hand een vel papier met een paar regels tekst. Geen van beiden weet welke oorlog hen te wachten staat. Welke jaren van strijd, ballingschap en verlies nog komen. Wat ze wel weten, is dat het onomkeerbaar is. Een woord kun je niet meer terugnemen. Een republiek die hardop is uitgeroepen, kun je doodzwijgen noch wegredeneren. Soekarno vouwt het papier op. Buiten klinkt nog steeds, hier en daar, dat ene woord. Merdeka. Vrijheid. De gouden brug ligt voor hen. En aan de overzijde wacht een land dat zij zojuist tot leven hebben geroepen. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.