Het Beslissende Kwartier Khomeini: de thuiskomst van ayatollah Khomeini in Iran (1979) Historisch moment: 1 februari 1979 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-thuiskomst-van-khomeini.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Mehrabad Airport, Teheran. 1 februari 1979. Het is negen uur. De luchthaven is een bedevaartsoord geworden. Al voor zonsopgang stromen mensen toe. Militairen, journalisten, leden van revolutionaire comités, gewone burgers die willen zien wat ze niet kunnen geloven. Buiten de hekken staat Teheran in vuur en vlam, figuurlijk en bijna letterlijk. Naar schatting drie tot vijf miljoen mensen hebben de stad verlaten om de grote uitvalswegen te vullen. Fabrieken zijn dicht. Scholen zijn dicht. Het land staat stil. Ze wachten op één man. Ayatollah Ruhollah Chomeini is zesenzeventig jaar oud. Hij heeft bijna vijftien jaar in ballingschap geleefd, de laatste maanden in een klein dorp bij Parijs. Hij heeft nooit een wapen gedragen. Hij heeft nooit een staatsgreep geleid. En toch, terwijl zijn vliegtuig het luchtruim van Iran binnenvliegt, is de macht al van het Iraanse regime gegleden als water van een steen. De sjah is weg. Het leger wankelt. De straat behoort toe aan de revolutie. Wat er de komende vijftien minuten gaat gebeuren, zal de kaart van het Midden-Oosten hertekenen. En niet alleen die kaart. Dit is Het Beslissende Kwartier. De thuiskomst van Chomeini. Het vliegtuig is een Air France Boeing 747. Aan boord: Chomeini, zijn naaste medewerkers, en naar schatting honderdvijftig journalisten uit de hele wereld die elke vierkante centimeter van het toestel vullen met notitieblokken, camera's en de spanning van mensen die weten dat ze bij een historische gebeurtenis zijn. De nacht was lang. Het vliegtuig vloog van Parijs-Charles de Gaulle langs een speciale route. Tot het laatste moment wist niemand of het Iraanse leger het toestel zou doorlaten. Er waren geruchten dat officieren die de sjah trouw waren gebleven, de landingsbaan wilden blokkeren. Anderen overlegden of ze het vliegtuig konden laten omdraaien. Ze deden het niet. Aan boord is de sfeer onwerkelijk. Journalisten proberen Chomeini te interviewen. Een van hen stelt de vraag die iedereen bezig houdt: wat voelt u nu u terugkeert naar uw vaderland, na al die jaren? Chomeini kijkt hem aan en zegt: "Hich." Niets. De journalist denkt dat er een vertaalfout is. Er is geen vertaalfout. De ayatollah voelt niets. Of wil niets voelen. Het is het antwoord van een man die al lang verder kijkt dan dit moment. Buiten het vliegtuig is de werkelijkheid heel anders. Op de snelwegen naar Mehrabad Airport bewegen mensenmassa's die te groot zijn om te tellen. Helicopters van internationale nieuwszenders cirkelen boven de stad. Reporters van de BBC, CBS en NBC sturen live-beelden de wereld in. Wat zij zien, is zonder precedent: een volk dat zijn leider thuis haalt alsof een profeet is teruggekeerd. De tijdelijke premier Shapour Bakhtiar heeft na dagen van aarzeling de grenzen heropend. Zijn regering is formeel nog in functie. De sjah heeft hem aangesteld als laatste dam tegen het tij van de revolutie. Bakhtiar is een liberaal, een oud-verzetsman tegen de sjah, en hij gelooft oprecht dat hij Iran naar een constitutionele democratie kan loodsen. Hij heeft er tien dagen voor. Het is negen uur drieenendertig. De wielen van het vliegtuig raken de landingsbaan van Mehrabad Airport. Er gaat een golf van geluid door de massa buiten de hekken, een geluid dat geen taal nodig heeft. Het toestel taxiet langzaam naar zijn parkeerplaats. De motoren gaan uit. Op de tarmac staan leden van het revolutionaire comité in een cordon. Journalisten dringen vooruit. Cameralichten gaan aan. Ergens in de menigte begint iemand te huilen. Dan huilen er meer. De deur van het vliegtuig gaat open. Chomeini verschijnt in de deuropening. Zwarte tulband, grijze mantel, witte baard. Hij is zesenzeventig, maar in dit licht, op dit moment, lijkt hij tijdloos. Hij daalt de trap af. Langzaam. Iemand ondersteunt zijn arm. Hij kijkt niet omhoog naar de menigte, niet naar de camera's. Hij kijkt naar de grond die naderbij komt. Bijna vijftien jaar. Duizenden kilometers. Een revolutie die zonder hem zijn definitieve gezicht nog mist. Op het moment dat zijn voet de Iraanse grond raakt, is er een fractie van een seconde een bijna absolute stilte. Dan explodeert het geluid. Mensen schreeuwen zijn naam. Allah Akbar. De microfoons van de nieuwszenders raken verzadigd. Op datzelfde moment, aan de andere kant van de wereld, kijkt in Washington een medewerker van de National Security Council naar de live-beelden. Hij schrijft één zin in zijn rapport: de islamitische revolutie is onomkeerbaar. Het is negen uur vijfenveertig. De menigte wil hem aanraken. Handen reiken uit door de hekken, over de bewakers heen, alsof een aanraking voldoende is. Het cordon wordt gevaarlijk dun. Chomeini wordt bij de arm gegrepen door zijn medewerkers en naar een tijdelijke ruimte geleid. Er zijn plannen om hem per auto naar het centrum van Teheran te rijden. Die plannen vervallen. Buiten het hek is geen weg meer. Alleen mensen, zover het oog reikt. Er staat een helikopter klaar. Er is geen keus. Terwijl Chomeini naar de helikopter wordt geleid, stelt een journalist hem opnieuw een vraag: wat gaat u doen? Nu u terug bent. Wat nu? Chomeini antwoordt. Ditmaal niet met één woord. Hij zegt: ik zal de overheid benoemen. Hij spreekt over het kabinet van Bakhtiar als een hindernis die weggeruimd moet worden. Bakhtiar hoort het via de radio. De helikopter stijgt op van het vliegveld. Beneden verspreidt de menigte zich langzaam, maar niemand gaat echt naar huis. Ze volgen de routes die de helikopter mogelijk neemt. Ze weten waar hij naartoe gaat. Behesht-e Zahra. De grote begraafplaats ten zuiden van Teheran. Hier liggen de slachtoffers van de revolutie begraven. Hier heeft Chomeini eerder beloofd terug te zullen komen. Duizenden mensen zijn er al uren aan het wachten. Rond half twaalf landt de helikopter op de begraafplaats. Chomeini loopt door de stille lanen langs de graven. Hij stopt. Knielt. Bidt. Dan staat hij op en spreekt tot de honderdduizenden die om hem zijn samengestroomd. Hij zegt: dit regime is wettelijk ongeldig. Hij zegt: ik zal een overheid benoemen. Hij zegt dat de islamitische revolutie nu haar tweede fase ingaat. Voor iedereen die hem hoort, is het duidelijk. Er is maar één overheid in Iran. En die zetelt niet in het kabinetsgebouw. Wat er op dit vliegveld begint, is niet nieuw. Het is iets dat al jaren geleden ontstaan is. Chomeini heeft zijn leven lang gepredikt dat de islam niet alleen een geloof is, maar een staatsorde. Dat een moslimstaat bestuurd moet worden door islamitische geleerden. Dat de sjah een pion is van de Amerikanen, dat de westerse invloed op Iran een zonde is die uitgewist moet worden. Zijn aanhang groeide jarenlang in het geheim. Via cassettebandjes die van hand tot hand gingen. Via moskeeën die ook scholen waren. Via een netwerk van bazaarhandelaren, geestelijken en studenten dat de sjah nooit volledig heeft weten te ontmantelen. Toen in september 1978 het leger op demonstranten schoot op het Jalehplein in Teheran en tientallen mensen doodde, was het voorbij. Niet omdat de revolutie toen begon, maar omdat ze daarna niet meer te stoppen was. Bakhtiar houdt het tien dagen vol. Op 11 februari 1979 capituleert het Iraanse leger. Generaals die de sjah hadden gezworen te verdedigen, verklaren zich neutraal. Revolutionaire comités nemen televisiestations, kazernes en overheidsgebouwen over. Bakhtiar vlucht het land uit. Jaren later wordt hij in ballingschap vermoord, in zijn appartement in Parijs. De islamitische republiek wordt op 1 april 1979 bij referendum officieel uitgeroepen. Het ja-percentage is officieel achtennegentig procent. Onafhankelijke verificatie is er niet. Binnen een jaar beginnen de grootschalige terechtstellingen van leden van het oude regime. Duizenden mensen worden geëxecuteerd, ook progressieven en seculiere revolutionairen die hadden meegedaan aan de opstand. De vrije pers wordt gesloten. Vrouwen worden verplicht de hoofddoek te dragen. En dan begint de oorlog met Irak. Wat er op 1 februari 1979 op Mehrabad Airport begint, eindigt niet in de zomer van dat jaar. Het eindigt niet in de jaren tachtig. Het eindigt niet in de jaren negentig. Het eindigt niet. De islamitische republiek die in die vijftien minuten op de tarmac haar gezicht toont aan de wereld, bestaat nog immer. Ze heeft bewezen dat een revolutie zonder tanks, zonder westerse steun, een olierijke monarchie van zijn troon kon stoten. Dat was de les van 1979. En die les is niet vergeten door de mensen die hem leren wilden. In die vijftien minuten op het vliegveld van Teheran verandert niet alleen Iran. De wereld verandert mee. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. In de vijftien jaar dat Chomeini in ballingschap leefde, veranderde Iran ingrijpend. De sjah moderniseerde het land met oliemiljoenen, stuurde vrouwen naar de universiteit, onderdrukte tegelijkertijd zijn politieke tegenstanders met zijn geheime dienst SAVAK. Het was een modernisering van bovenaf, zonder draagvlak bij een groot deel van de bevolking. Chomeini begreep dat. Hij begreep dat de massa's in Iran niet verlangden naar een liberale democratie, maar naar orde, identiteit en waardigheid. Naar een islam die niet alleen thuishoorde in de moskee maar ook op straat, in de wet, in het bestuur. Of hij gelijk had, is een vraag waarover historici blijven discussiëren. Wat onomstreden is: hij was de enige figuur in de Iraanse oppositie die groot genoeg was om al die verschillende groepen, seculier en religieus, links en conservatief, samen te laten opkomen voor één doel. Na de revolutie verdwenen die groepen een voor een. Er is een foto van Chomeini die de trap afloopt van het vliegtuig op Mehrabad Airport. Zijn gezicht is rustig. Bijna onbewogen. De mensen om hem heen huilen, schreeuwen, strekken hun handen uit. Hij kijkt naar de grond. Die foto zegt meer dan elk citaat. Een man die zeker is van zijn zaak, hoeft niet te juichen. Hij hoeft niet te huilen. Hij weet wat er komen gaat. Hij heeft het al lang voor zich gezien. De vraag was nooit of. De vraag was altijd wanneer. Op 1 februari 1979, om negen uur drieenendertig, was het antwoord: nu. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om duidelijk te maken dat er geen weg terug was. Vond je deze aflevering de moeite waard? Like, abonneer en deel de podcast met iemand die dit ook moet horen. Je vindt ons op Spotify, Apple Podcasts en alle andere podcastplatformen. Suggesties voor nieuwe afleveringen? Mail 15minuten@doorzetters.net. Er is altijd een volgend beslissend kwartier. Mijn naam is Julius van Rossum. Dit was Het Beslissende Kwartier. Vijftien Minuten Die Alles Veranderden.