Het Beslissende Kwartier Puttense moordzaak: de twee van Putten (1994) Historisch moment: 24 april 1995 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-twee-van-putten.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Leeuwarden, vierentwintig april tweeduizendtwee. Het is tien uur in de ochtend. In de grote zaal van het Gerechtshof is het stil. Op de publieke tribune zitten journalisten, familieleden, en twee mannen die hier niet als verdachten zitten, maar als mensen die wachten op een oordeel over hun verleden. Herman du Bois, eenenveertig jaar oud. Wilco Viets, eenendertig. Zwagers. Ze hebben zes jaar en acht maanden in de gevangenis gezeten voor een moord die ze niet hebben gepleegd. Nu zijn ze terug in een rechtszaal. Niet om opnieuw veroordeeld te worden, maar om te horen of de hoogste rechters van dit land eindelijk zullen uitspreken wat zij al die jaren hebben geweten: dat ze onschuldig zijn. De rechters betreden de zaal. De griffier vraagt iedereen te gaan staan. Dit is het moment waarop de Nederlandse rechtsstaat zichzelf moet corrigeren. Of falen. Dit is Het Beslissende Kwartier. Over de vijftien minuten die twee mannen hun naam teruggaven, en het Nederlandse strafrecht voorgoed veranderden. Om te begrijpen wat er in deze rechtszaal op het spel staat, moeten we terug naar een koude zondagmiddag in januari negentienvierennegentig. Naar het Gelderse dorp Putten, aan de rand van de Veluwe. Christel Ambrosius is drieëntwintig jaar oud. Ze werkt als stewardess voor United Airlines, woont in Londen, maar is deze weken thuis bij haar moeder in Putten. Op negen januari fietst ze rond vier uur 's middags naar het huis van haar grootmoeder, aan de Driewegenweg, aan de rand van het Putterbos. Haar oma blijkt niet thuis te zijn. Ze is op bezoek bij een zieke kennis. Ergens in de twee uur die volgen, wordt Christel Ambrosius overvallen in dat lege huis. Verkracht. Gewurgd. Haar keel doorgesneden. Wanneer haar grootmoeder rond zes uur thuiskomt, vindt ze het lichaam van haar kleindochter in de woonkamer. Bedekt met een jas. In een plas bloed. De politie start een grootschalig onderzoek. Op het lichaam van Christel worden drie sporen gevonden: een druppel sperma op haar been en twee haren. Wandelaars verklaren die middag een oude Mercedes stapvoets door het bos te hebben zien rijden. Die auto leidt de recherche naar vier mannen uit Putten die in de weekenden door de bossen reden. Onder hen: Herman du Bois en Wilco Viets. De vier worden onderworpen aan lange verhoren. De politie deelt informatie over de moord met hen, laat hen elkaars verklaringen zien. De rechercheurs voeden de verdachten met daderkennis, details die alleen de moordenaar zou kunnen weten. Ze krijgen fragmenten te zien uit de verklaringen die de anderen hebben afgelegd. Het is een verhoorstrategie die later zwaar zal worden bekritiseerd. Twee van de vier beschuldigen uiteindelijk Du Bois en Viets. En dan gebeurt iets opmerkelijks. Het sperma op het lichaam van Christel blijkt niet afkomstig van Du Bois of Viets. Het dee-en-aa matcht niet. Toch worden zij vervolgd. Justitie ontwikkelt wat later de sleeptheorie zal heten: Christel zou kort voor de moord vrijwillig seks hebben gehad met een onbekende man. Bij de verkrachting zou dat sperma als het ware uit haar lichaam zijn getrokken. Een theorie zonder enig bewijs. Maar wel een theorie die twee mannen de gevangenis in stuurt. Terug naar Leeuwarden. Vierentwintig april tweeduizendtwee. Het is vijf over tien. De voorzitter van het Gerechtshof neemt plaats. De zaal is geladen met spanning die zich over jaren heeft opgebouwd. Sinds negentienvijfennegentig, toen Du Bois en Viets werden veroordeeld tot tien jaar cel. Sinds de Hoge Raad dat vonnis bevestigde. Sinds ze in tweeduizend vrijkwamen na twee derde van hun straf, maar nog steeds als veroordeelde moordenaars door het leven moesten. Sinds advocaat Geert-Jan Knoops een herzieningsverzoek indiende en de Hoge Raad op zesentwintig juni tweeduizendeneen besloot dat de zaak moest worden heropend. Nu volgt het eindoordeel. De voorzitter begint te spreken. De juridische formuleringen vullen de zaal. Maar iedereen wacht op dezelfde woorden. De rechter doorloopt de punten van de aanklacht. De moord. De verkrachting. De bewijsvoering die in negentienvijfennegentig voldoende werd geacht. En dan komen de woorden die alles veranderen. De betrokkenheid van Herman du Bois en Wilco Viets bij de moord op Christel Ambrosius wordt niet bewezen geacht. Vrijspraak. Op alle punten. Na acht jaar van strijd is dit het moment waarop de Nederlandse rechtsstaat toegeeft dat zij het bij het verkeerde eind had. De sleeptheorie, zo oordeelt het Hof, behoort tot het rijk der fabelen. Er is geen bewijs dat Du Bois of Viets op negen januari negentienvierennegentig in het huis aan de Driewegenweg zijn geweest. Er is geen bewijs dat zij Christel Ambrosius hebben aangeraakt. Er is alleen een dee-en-aa-spoor dat niet van hen is, en een verhoordossier dat meer zegt over de methoden van de politie dan over de schuld van de verdachten. Acht jaar na hun arrestatie. Zes jaar en acht maanden na het begin van hun gevangenschap. Twee jaar na hun vrijlating. Nu pas zijn Herman du Bois en Wilco Viets officieel onschuldig. In de rechtszaal is het even stil. Dan barst de emotie los. Familieleden omhelzen elkaar. Journalisten noteren verwoed. Du Bois en Viets staan daar, twee mannen die jarenlang hebben volgehouden dat ze onschuldig waren. Die niet werden geloofd. Die werden opgesloten. Die na hun vrijlating in tweeduizend nog steeds werden nagekeken in hun eigen dorp. De pers verdringt zich om hen heen. Er worden handen geschud, er wordt gehuild. Maar achter de opluchting schuilt een vraag die niemand hardop stelt: als zij het niet waren, wie dan wel? De werkelijke dader loopt nog vrij rond. En in Putten, het dorp waar iedereen elkaar kent, blijft de schaduw van de moord hangen. De twee mannen zijn vrij. Maar de zaak is niet opgelost. Het Openbaar Ministerie besluit niet in cassatie te gaan tegen de vrijspraak, wat ook niet mogelijk is volgens het wetboek van strafrecht. Op acht mei tweeduizendtwee wordt dit officieel bevestigd. De vrijspraak is definitief. Vijf maanden later, op vier oktober tweeduizendtwee, kent het Gerechtshof Leeuwarden een schadevergoeding toe. Ruim een miljoen achthonderdduizend euro. Negenhonderdduizend voor Du Bois, negenhonderdduizend voor Viets. Geld voor gestolen jaren. Voor verwoeste reputaties. Voor een leven dat nooit meer wordt wat het was. Herman du Bois zal later zeggen: ik ben vrij om te gaan en te staan waar ik wil, maar ik voel me allesbehalve vrij. De weg naar deze vrijspraak was lang en kronkelig. In negentiennegenennegentig had oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw een brief geschreven aan de Minister van Justitie. Acht punten van kritiek op het onderzoek. Tunnelvisie. Onbetrouwbare verhoren. Genegeerd dee-en-aa-bewijs. De brief leidde tot Kamervragen, maar niet tot herziening. Het was misdaadjournalist Peter R. de Vries die de zaak bleef volgen. Die Blaauw inschakelde. En het was advocaat Geert-Jan Knoops die het juridische werk deed, het herzieningsverzoek opstelde, de Hoge Raad overtuigde dat hier iets fundamenteel was misgegaan. In tweeduizend verscheen Blauws boek over de zaak, nog voor de vrijspraak. De politie werd tunnelvisie verweten. De methoden werden openbaar gemaakt. Nederland keek in de spiegel en zag een rechtssysteem dat onschuldige mensen kon veroordelen. De vraag wie Christel Ambrosius werkelijk had vermoord, bleef open tot tweeduizendacht. In tweeduizendvier was een nieuwe wet aangenomen: de Wet dee-en-aa-onderzoek bij veroordeelden. Iedereen die werd veroordeeld voor bepaalde misdrijven moest verplicht dee-en-aa afstaan. In tweeduizendvijf werd een man uit Putten veroordeeld voor mishandeling van zijn vriendin. Hij moest dee-en-aa afstaan. Drie jaar later bleek dat dee-en-aa overeen te komen met het spoor dat in negentienvierennegentig op het lichaam van Christel was gevonden. Ronald P., drieëndertig jaar oud, destijds negentien. Een plaatsgenoot die in negentienvierennegentig was verhoord maar had geweigerd dee-en-aa af te staan. Hij was al die tijd in beeld geweest, maar zonder de nieuwe wetgeving had de politie geen middel om hem te dwingen. De wet die in tweeduizendvier was aangenomen maakte het verschil. Voor het eerst leidde de dee-en-aa-databank zichtbaar tot een cold case-match op deze schaal. Op twintig mei tweeduizendacht werd hij gearresteerd in Delft. Peter R. de Vries belde Herman du Bois met het nieuws. Herman, ben je thuis? Ja, zei Du Bois, ik ben thuis. Toen hebben we allebei gehuild. Ronald P. werd in tweeduizendnegen veroordeeld tot vijftien jaar cel. In hoger beroep werd dat achttien jaar. De werkelijke dader was eindelijk gestraft, vijftien jaar na de moord. Maar voor Du Bois en Viets kwam de gerechtigheid te laat. Ze hadden hun straf al uitgezeten voor een ander. Hun namen waren besmeurd. Hun gezinnen hadden geleden. In Putten bleven ze voor sommigen altijd de daders. Het duurde tot vijfentwintig november tweeduizendeenentwintig voordat de Nederlandse staat formeel zijn excuses aanbood. Demissionair minister Ferd Grapperhaus sprak in de Tweede Kamer: het is tijd dat wij volledig recht doen aan het leed dat deze twee mannen is aangedaan. Ze hebben misschien wel een financiële genoegdoening gekregen, maar nooit een morele. Namens het hele kabinet bied ik hun excuses aan. We hebben die mannen en hun gezinnen in de kou laten staan. Het waren woorden die zevenentwintig jaar op zich hadden laten wachten. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om twee levens te breken en een rechtssysteem te ontmaskeren. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. De Puttense moordzaak veranderde het Nederlandse strafrecht. De succesvolle herziening werd een precedent. In tweeduizendtwaalf werd de Wet hervorming herziening ten voordele van gewezen verdachten aangenomen. Het werd makkelijker om afgesloten zaken te heropenen wanneer nieuw bewijs daarom vroeg. De dee-en-aa-databank groeide. Verhoormethoden werden aangescherpt. Het woord tunnelvisie werd onderdeel van het vocabulaire van elke rechercheur, elke officier van justitie, elke rechter. Maar de les van Putten gaat dieper dan procedures. Het gaat over de menselijke neiging om te geloven wat we willen geloven. Over een systeem dat zijn eigen fouten niet wilde zien. Over twee mannen die bleven roepen dat ze onschuldig waren, en een samenleving die wegkeek. Tot die ochtend in Leeuwarden. Tot die vijftien minuten waarin een rechter zei wat gezegd moest worden. Vierentwintig april tweeduizendtwee. Een rechtszaal in Leeuwarden. Twee mannen horen dat ze onschuldig zijn aan een misdaad waarvoor ze al zijn gestraft. Herman du Bois en Wilco Viets kregen hun naam terug. Maar niet hun jaren. Niet hun onbevangenheid. Niet het vertrouwen dat de wereld rechtvaardig is. De Puttense moordzaak herinnert ons eraan dat rechtspraak mensenwerk is. Dat fouten worden gemaakt. En dat het moed vergt om die fouten te erkennen. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.