Het Beslissende Kwartier DSB Bank: de val van ijsmeester Dirk Scheringa (2009) Historisch moment: 19 oktober 2009 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-val-van-de-ijsmeester.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Amsterdam, negentien oktober tweeduizendnegen. Het is negen uur in de ochtend. In de rechtbank in Amsterdam heerst een gespannen stilte. Ergens wacht een man van negenenvijftig op het vonnis over zijn levenswerk. Dirk Scheringa, oprichter en bestuursvoorzitter van dee-es-bee Bank, voorzitter van een voetbalclub, stichter van een museum. Eerder die maand begon een bankrun die honderden miljoenen euro's aan spaargeld wegzoog. Een week eerder greep De Nederlandsche Bank in met een noodregeling. Nu, op deze herfstmaandag, zal de rechtbank beslissen of dee-es-bee Bank mag blijven bestaan. Of dat het eerste grote bankfaillissement sinds de Tweede Wereldoorlog een feit wordt. De klok tikt. Dit is Het Beslissende Kwartier. Van ijsmeester tot gevallen bankier. Om het einde te begrijpen, moeten we terug naar het begin. Naar negentienvijfenzeventig. Dirk Scheringa is dan vijfentwintig jaar oud. Hij begon zijn werkzame leven bij de rijkspolitie, maar nam ontslag om in negentienvijfenzeventig samen met zijn vrouw Baukje Scheringa-de Vries Buro Frisia op te richten. Geboren in Grijpskerk, een dorp in Groningen, volgde hij de mulo in Wolvega. Van negentienzesenzeventig tot negentiennegenenzeventig was hij zelfs gemeenteraadslid in Opmeer voor het CDA. Maar de politiek is niet zijn roeping. Hij droomt van meer. Van zijn hobby, het geven van financieel advies aan familie, vrienden en collega's, maakt hij zijn werk. Samen met zijn vrouw begint hij Buro Frisia. Door uitbreiding en overnames van concurrenten groeit Buro Frisia uit tot de landelijk opererende dee-es-bee Groep. De ijsmeester wordt bankier. Begin tweeduizendzes krijgt Buro Frisia officieel een bankvergunning en wordt dee-es-bee Bank. Onder deze bank vallen ruim honderd handelsnamen. Scheringa koopt voetbalclub AZ Alkmaar. Al sinds negentiendrienegentig was hij voorzitter van de club. Hij opent een museum voor zijn persoonlijke kunstcollectie in Spanbroek, het Scheringa Museum voor Realisme, met magisch realistische schilderijen, waaronder werken van Carel Willink. Hij sponsort via de bank een marathonschaatsploeg en een langebaanschaatsploeg. Hij wordt een van de bekendste ondernemers van Nederland. De jongen uit Grijpskerk heeft het gemaakt. Maar onder de glanzende oppervlakte schuilen scheuren. Scheringa biedt hypotheken aan. Dure hypotheken. Veel te dure hypotheken. Klanten raken in problemen omdat ze opeens veel hogere bedragen dan verwacht moeten aflossen. Vaak hebben zij riskante, zogenaamde woekerpolissen afgesloten zonder de risico's te begrijpen. Ook koopsompolissen horen bij het aanbod. De Autoriteit Financiële Markten legt boetes op wegens onvoldoende informatieverstrekking aan klanten. De bank verzuimt haar klanten te waarschuwen voor de risico's van de producten die zij afnemen. Ondertussen financiert Scheringa zijn langlopende hypotheken met kortlopend spaargeld. Een kwetsbaar model. Zolang spaarders hun geld laten staan, draait de machine door. Maar als ze massaal opnemen, droogt de kas op. In augustus tweeduizendnegen verschijnt Pieter Lakeman op het toneel. De zevenenzestigjarige consumentenactivist leidt de Stichting Hypotheekleed. Hij verzamelt klachten van gedupeerde dee-es-bee klanten. Honderden verhalen van mensen die vastzitten in te dure leningen. Lakeman besluit tot actie. Donderdag één oktober tweeduizendnegen, zeven uur vijfenveertig in de ochtend. Pieter Lakeman zit in de studio van het KRO-programma Goedemorgen Nederland. Hij kijkt in de camera en spreekt woorden die de Nederlandse bankwereld zullen opschudden. Dee-es-bee moet failliet, zegt hij. En hij roept alle rekeninghouders op hun tegoeden weg te halen. Binnen enkele uren begint de bankrun. Spaarders halen massaal hun geld weg bij dee-es-bee. De liquiditeitsproblemen worden acuut. In elf dagen verdwijnt zeshonderdtweeëntwintig miljoen euro aan spaargeld. Scheringa probeert de schade te beperken. Op zes oktober past De Nederlandsche Bank een zogeheten haircut toe: de waarde van het onderpand dat dee-es-bee kan inbrengen, wordt teruggebracht tot een miljard euro. De liquiditeitsproblemen worden onhoudbaar. Op elf oktober dient de centrale bank een verzoek in bij de rechtbank. Een dag later wordt de noodregeling uitgesproken. Bewindvoerders krijgen de leiding over de noodregeling. Maandagochtend negentien oktober tweeduizendnegen. Negen uur. In de rechtszaal klinkt de stem van de voorzitter. De bewindvoerders hebben geconcludeerd dat redding onmogelijk is. Geen enkele partij wil dee-es-bee overnemen. De schulden zijn te groot, de risico's te onvoorspelbaar. De rechter leest het vonnis voor. Dee-es-bee Bank N.V. wordt failliet verklaard. Met die woorden eindigt een ondernemersavontuur van vierendertig jaar. Het eerste grote bankfaillissement in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog is een feit. Op hetzelfde moment hoort Dirk Scheringa het nieuws. De oprichter en enige certificaathouder van dee-es-bee Beheer B.V., de enige aandeelhouder van onder meer dee-es-bee Bank, ziet zijn imperium instorten. Alles wat hij heeft opgebouwd, verdwijnt met één rechterlijke uitspraak. Later die dag geeft hij een persconferentie. Zijn stem is vast, maar zijn gezicht verraadt de slag. We zijn niet failliet gegaan, zegt hij. We zijn gewoon kapotgemaakt. In Amsterdam reageert Pieter Lakeman tegenover er-tee-el zet. Die tent moest failliet, zegt hij, en dat hebben we in twee weken bereikt. In de uren na de uitspraak komt de machinerie van het faillissement op gang. Curator Rutger Schimmelpenninck neemt bezit van de administratie. Schimmelpenninck, zestig jaar oud en partner bij advocatenkantoor Houthoff Buruma, is een ervaren curator. Hij was eerder betrokken bij het faillissement van Fokker en de Nederlandse dochter van Lehman Brothers. Hij moet de puinhopen ordenen: tienduizenden hypotheken, honderdduizenden spaarrekeningen, complexe verzekeringsproducten. Het depositogarantiestelsel treedt in werking. Spaarders met tegoeden tot honderdduizend euro krijgen hun geld terug. Voor velen is dat een opluchting. Maar voor de klanten met problematische hypotheken begint een jarenlange onzekerheid. Hun leningen worden niet kwijtgescholden. De maandlasten blijven. Alleen de schuldeiser is veranderd. In Alkmaar bereidt voetbalclub AZ zich voor op het vertrek van zijn weldoener. Scheringa is al jaren de geldschieter. Zonder hem moet de club een nieuwe financiële basis vinden. In Spanbroek, waar het Scheringa Museum voor Realisme staat, hangt de kunstcollectie van de gevallen bankier. Ook daar zal het doek vallen. De dagen na het faillissement volgen de klappen elkaar snel op. Op éénentwintig oktober, twee dagen later, wordt ook dee-es-bee Beheer failliet verklaard. De moedermaatschappij die Scheringa's hele imperium omvat, houdt op te bestaan. Op negenentwintig oktober treedt Scheringa af als voorzitter van AZ. De voetbalclub moet nu zonder hem verder. In december tweeduizendnegen verschijnt nog zijn biografie, Dirk Scheringa, mijn bewogen leven, waarin hij zijn complete levensverhaal optekent. Eind tweeduizendnegen sluit het Scheringa Museum voor Realisme definitief de deuren. De kunstcollectie wordt verkocht om schulden af te lossen. Deze kunstwerken vinden later nieuwe eigenaren. De man die ooit ijsmeester was, verliest alles wat hij had opgebouwd. Zijn bank, zijn club, zijn museum, zijn reputatie. Wat rest zijn onderzoeken, rechtszaken en de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. De val van dee-es-bee Bank staat niet op zichzelf. De financiële problemen bij dee-es-bee worden verergerd door de hevig woedende kredietcrisis. Het vertrouwen in de financiële sector is geschokt. Tegen die achtergrond is de oproep van Lakeman extra explosief. Spaarders zijn al nerveus. Dee-es-bee Bank is kwetsbaar door haar eigen bedrijfsmodel, maar de timing maakt de klap vernietigend. In een stabielere periode had de bank misschien kunnen herstructureren. In oktober tweeduizendnegen is er geen ruimte voor genade. De afwikkeling van het faillissement duurt twaalf jaar. Pas in december tweeduizendeenentwintig sluiten de curatoren het dossier. Alle schuldeisers zijn afbetaald, zij het zonder volledige rente. De gedupeerde hypotheekklanten krijgen deels compensatie, maar de juridische strijd sleept zich voort. Voor klanten met complexe hypotheekproducten is de situatie vaak ingewikkeld en de schadevergoeding het resultaat van langdurige processen. Dee-en-bee, De Nederlandsche Bank, komt onder vuur te liggen. Had de toezichthouder eerder moeten ingrijpen? Waren de waarschuwingssignalen niet al jaren zichtbaar? De curatoren concluderen in hun rapport dat het gedrag en de onkunde van topman Scheringa fataal waren. Dat hij zijn dure hobby's boven het belang van de klant stelde. Scheringa zelf ontkent schuld. Hij wijst naar Lakeman, naar dee-en-bee, naar de kredietcrisis. Het debat over verantwoordelijkheid blijft onbeslist. Scheringa stelt dat er een complot was om dee-es-bee onderuit te halen. Hij begint een jarenlange strijd voor eerherstel. In tweeduizendvierentwintig is hij nog steeds bezig met een rechtszaak tegen de Minister van Financiën om documenten rondom het faillissement te verkrijgen. Wat vaststaat: het faillissement dwingt Nederland tot strengere regels voor hypotheekverstrekking en consumentenbescherming. Een ijsmeester die bankier werd. Een bankier die alles verloor. Het verhaal van Dirk Scheringa is een verhaal over ambitie en overmoed, over klanten die werden vergeten en een systeem dat faalde. Op die herfstmaandag in Amsterdam duurt de zitting maar een kwartier. De rechter spreekt, de advocaten luisteren, de journalisten noteren. En een imperium stort in. Scheringa probeerde wel terug te keren in de financiële wereld en bleef strijden voor eerherstel. De spaarders krijgen hun geld terug, maar de hypotheekslachtoffers dragen de littekens nog jaren. En Lakeman? Hij noemt het een overwinning voor de consument. Anderen noemen het roekeloosheid. De waarheid ligt ergens in het midden, begraven onder stapels dossiers. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om Neerlands eerste naoorlogse bankfaillissement te bezegelen. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Wat als Lakeman had gezwegen? Het is een vraag die sindsdien vaak is gesteld. Zonder zijn oproep was er geen bankrun geweest. Dee-es-bee Bank was kwetsbaar, maar niet per se verloren. De Autoriteit Financiële Markten had boetes opgelegd, hervormingen afgedwongen. Scheringa had zijn bedrijfsmodel kunnen aanpassen. Misschien was de bank langzaam gekrompen, opgeslokt door een grotere concurrent, of stilletjes geliquideerd zonder krantenkoppen. Maar Lakeman sprak. En zijn woorden openden een dam die niet meer te dichten was. De vraag blijft: was het terecht? Lakeman streed voor gedupeerde consumenten, voor mensen die vastzaten in wurgcontracten. Zijn methode was radicaal, maar de misstanden waren reëel. Het faillissement legde bloot wat jaren verborgen was gebleven. Soms moet een systeem breken voordat het kan worden hersteld. Vandaag herinnert weinig nog aan dee-es-bee Bank. De kantoren hebben andere bewoners. Het museum is gesloten, de kunstwerken verspreid. Scheringa trad op negenentwintig oktober tweeduizendnegen af als voorzitter van AZ. In de archieven liggen de rapporten van de curatoren, de vonnissen van de rechtbank, de transcripties van verhoren. Een man van negenenvijftig die op een herfstmaandag alles verloor. Een rechtszaal in Amsterdam waar een kwartier volstond. Een bankrun die begon met vier woorden op televisie. Dee-es-bee moet failliet. Dat hebben we bereikt. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.