Het Beslissende Kwartier Adolf Hitler: hoe Hitler aan de macht komt op 30 januari 1933 Historisch moment: 30 januari 1933 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/hitler-komt-aan-de-macht.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Berlijn, dertig januari negentiendrieendertig. Het is half twaalf 's ochtends. De winterlucht boven de Wilhelmstraße is grijs en vochtig. Achter de zware deuren van de Rijkskanselarij, het hart van de Duitse regeringsmacht, wacht een kleine groep mannen in donkere pakken. Ze staan in een vertrek met hoge plafonds, gedrapeerd in de sombere pracht van het Pruisische verleden. Aan het hoofd van de kamer staat een bureau. Daarachter zit een oude man. Paul von Hindenburg, vijfentachtig jaar oud. Rijkspresident. Oorlogsheld. Een monument van een vervlogen tijd. Zijn gezicht is verweerd. Zijn ogen staan vermoeid. Voor hem liggen de documenten die een drieënveertigjarige Oostenrijker zullen benoemen tot de machtigste man van Duitsland. De pen ligt klaar. De beslissing is genomen. En de wereld weet nog niet wat haar te wachten staat. Dit is Het Beslissende Kwartier. De dag waarop de Rijkspresident het lot van Europa bezegelde. Om te begrijpen wat er die ochtend in de Rijkskanselarij gebeurt, moeten we terug naar het Duitsland van de jaren daarvoor. De Weimarrepubliek, geboren uit de as van de Eerste Wereldoorlog, is in negentiendrieendertig een democratie op haar laatste benen. De Grote Depressie, die in negentiennegenentwintig begon met de beurskrach op Wall Street, heeft Duitsland bijzonder hard getroffen. Zes miljoen Duitsers zijn werkloos. Fabrieken staan stil. Gezinnen kunnen hun huur niet meer betalen. In de straten van Berlijn, Hamburg en München heerst wanhoop. En wanhoop is de perfecte voedingsbodem voor extremisme. Aan de linkerkant groeit de Communistische Partij, de kaa-pee-dee. Aan de rechterkant groeit iets nog gevaarlijkers. De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij, de en-es-dee-aa-pee, onder leiding van Adolf Hitler. Tussen negentiendertig en negentiendrieendertig regeren drie opeenvolgende kanseliers via nooddecreten van de president, omdat geen van hen een meerderheid kan vormen in de Rijksdag. De democratie functioneert niet meer. Ze ademt nog, maar nauwelijks. Drie mannen bepalen het lot van Duitsland in januari negentiendrieendertig. De eerste is Paul von Hindenburg. De oude veldmaarschalk is al jaren het symbool van stabiliteit, maar zijn gezondheid is fragiel en zijn oordeelsvermogen taant. Hij veracht Hitler. Hij noemt hem "die Beierse korporaal," een man onwaardig voor het kanselierschap. De tweede is Franz von Papen, drieënvijftig jaar oud. Aristocraat, voormalig kanselier, en een man met een gevaarlijk groot vertrouwen in zijn eigen slimheid. Von Papen is ervan overtuigd dat hij Hitler kan gebruiken als marionet. Op vier januari negentiendrieendertig onderhandelt hij in het geheim met Hitler, voor het eerst in het huis van bankier Kurt von Schröder in Keulen. Later, op tweeëntwintig januari, vindt een cruciale bijeenkomst plaats in de villa van Joachim von Ribbentrop in Berlijn. Von Papen geeft zijn eigen aanspraak op het kanselierschap op. Hij zal vicekanselier worden. Hitler wordt kanselier. De derde man is Hitler zelf. Drieënveertig jaar. Leider van de grootste partij in de Rijksdag. Vastbesloten. Geduldig. En meedogenloos. Het is de ochtend van dertig januari. Twee dagen eerder heeft Kurt von Schleicher zijn ontslag ingediend bij Hindenburg. Schleicher, generaal en voormalig minister van Defensie, had Von Papen als kanselier opgevolgd. Zijn pogingen om een werkbare coalitie te smeden zijn mislukt. De weg naar het kanselierschap ligt nu open. Kort voor half twaalf verzamelen de leden van het nieuwe kabinet zich in de Rijkskanselarij. Hitler is er. Von Papen is er. Hermann Göring is er, de man die minister zonder portefeuille en commissaris voor Pruisen zal worden. Wilhelm Frick is er, de beoogde minister van Binnenlandse Zaken. Slechts drie van de elf kabinetsleden zijn nationaalsocialisten. De overige acht zijn conservatieven. Dat is de afspraak. Dat is de garantie. Dat is de illusie. Ze worden naar het kantoor van de president geleid. Hindenburg staat op uit zijn stoel. Het beslissende kwartier begint. Hindenburg kijkt de mannen aan die voor hem staan. De oude maarschalk heeft lang geaarzeld. Hij heeft Hitler maandenlang geweigerd. Maar de druk van Von Papen, van zijn eigen zoon Oskar von Hindenburg, en van de industriëlen en grootgrondbezitters die de conservatieve zaak steunen, is te groot geworden. Er is geen alternatief meer, wordt hem verteld. Hitler is de enige die een parlementaire basis kan bieden. De ceremonie is kort en formeel. Hindenburg benoemt Adolf Hitler tot Rijkskanselier van de Duitse Republiek. Hitler legt de eed af op de grondwet van Weimar. Dezelfde grondwet die hij veracht. Dezelfde grondwet die hij zal vernietigen. De mannen schudden handen. Er wordt nauwelijks gesproken. Hindenburg kijkt Hitler aan met een mengeling van afkeer en berusting. Het is voorbij. De beslissing is gevallen. Een drieënveertigjarige man die veertien jaar eerder nog een mislukte putschist was, is nu de kanselier van de machtigste natie van het Europese continent. Hitler verlaat de Rijkskanselarij als kanselier. In de uren die volgen, verspreidt het nieuws zich door Berlijn en vervolgens door heel Duitsland. De reacties zijn verdeeld. De conservatieve elites zijn tevreden. Ze hebben hun plan uitgevoerd. Von Papen zegt tegen zijn vrienden dat ze Hitler hebben ingekaderd. "Over twee maanden hebben we Hitler zo in een hoek gedrukt dat hij piept," verklaart hij naar verluidt. Het is een zin die de geschiedenis zal ingaan als een van de meest catastrofale misinschattingen ooit gemaakt. De nationaalsocialisten zijn euforisch. In zijn dagboek schrijft Joseph Goebbels die avond: "Het lijkt wel een droom. De Wilhelmstraße is van ons." Voor miljoenen andere Duitsers, voor sociaaldemocraten, communisten, joden, intellectuelen en iedereen die de retoriek van de en-es-dee-aa-pee serieus heeft genomen, is deze dag het begin van een nachtmerrie. Die avond, als het donker is gevallen over Berlijn, marcheert een stoet van duizenden mannen door de Brandenburger Tor. Leden van de es-aa, de Sturmabteilung, de paramilitaire knokploeg van de nazi's, marcheren met brandende fakkels. Het licht van de vlammen flakkert over hun gezichten terwijl ze in gesloten colonnes door de straten trekken, langs de Rijkskanselarij. Boven hen, achter een verlicht raam, staat Adolf Hitler. Hij kijkt naar beneden. Naar zijn mannen. Naar zijn overwinning. Een paar honderd meter verderop staat de oude Hindenburg achter een ander raam. Hij bekijkt de stoet en tikt met zijn hand op de maat van de marsmuziek. Volgens sommige getuigenissen mompelt hij iets over "de troepen die terugkeren van het front." Of dat waar is, weet niemand zeker. Maar het beeld is veelzeggend. De oude man ziet het verleden. De nieuwe kanselier plant de toekomst. En Duitsland loopt in de pas. Wat maakt deze benoeming zo fataal? Het is niet alleen het feit dat Hitler kanselier wordt. Het is de manier waarop het gebeurt. Hitler komt niet aan de macht door een revolutie. Niet door een staatsgreep, zoals hij in negentiendrieëntwintig nog tevergeefs probeerde in München. Hij wordt benoemd. Legaal. Constitutioneel. Volgens de regels van de Weimarrepubliek. De conservatieve elites die hem het kanselierschap gunnen, geloven oprecht dat ze de democratie niet vernietigen, maar redden. Ze denken dat Hitler een tijdelijk instrument is. Een populaire frontman die de massa's kan kalmeren, terwijl zij, de ervaren bestuurders, werkelijk de touwtjes in handen houden. Drie nazi's tegenover acht conservatieven in het kabinet. Wat kan er misgaan? Alles. Want ze begrijpen niet met wie ze aan tafel zitten. Ze onderschatten zijn meedogenloosheid, zijn politieke instinct, zijn bereidheid om elke regel te breken die hem in de weg staat. Het gaat snel. Op zevenentwintig februari negentiendrieendertig, nog geen maand na Hitlers benoeming, brandt het Rijksdaggebouw af. Hitler grijpt het moment. De communisten krijgen de schuld. President Hindenburg tekent de Rijksdagbrandverordening, die fundamentele burgerrechten opschort. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, het briefgeheim: het verdwijnt allemaal met een handtekening. Politieke tegenstanders worden opgepakt. Op drieëntwintig maart volgt de Machtigingswet, het Ermächtigungsgesetz. Vanaf dat moment kan Hitler wetten uitvaardigen zonder de Rijksdag, zonder de president. De democratie is dood. Politieke partijen worden verboden. Vakbonden worden ontbonden. De Gleichschaltung begint, de gelijkschakeling van de gehele Duitse samenleving naar nationaalsocialistische normen. Binnen anderhalf jaar na dat kwartier in de Rijkskanselarij is Duitsland een dictatuur. Von Papen, de man die Hitler zou inkaderen, is gemarginaliseerd. En de wereld begint langzaam te begrijpen wat er is gebeurd. Achteraf gezien is het bijna onmogelijk om de omvang te bevatten van wat er die ochtend in de Rijkskanselarij begon. De beslissing van een vermoeide, vijfentachtigjarige president om een handtekening te zetten, opende de deur naar de donkerste periode uit de moderne geschiedenis. De Holocaust. De Tweede Wereldoorlog. Tientallen miljoenen doden. Een continent in puin. Het begon niet met tanks in de straten of met schoten in de nacht. Het begon met een pen op papier, in een kantoor in Berlijn, op een grijze winterochtend. Met mannen in pakken die dachten dat ze de situatie onder controle hadden. Met een democratie die zichzelf niet meer kon beschermen tegen hen die haar wilden vernietigen. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om een continent naar de afgrond te voeren. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Als je deze podcast waardeert, abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of elk ander gangbaar platform. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Historici hebben zich eindeloos afgevraagd: had het anders kunnen lopen? Wat als Hindenburg had volgehouden in zijn weigering? Wat als Von Schleicher erin was geslaagd om zijn coalitie overeind te houden? Wat als Von Papen zijn eigen ambities opzij had gezet in plaats van ze te verplaatsen? De partij, de en-es-dee-aa-pee, verloor bij de verkiezingen van november negentientweeendertig al zetels ten opzichte van juli. De partij had financiële problemen. Er waren interne spanningen. Sommige historici betogen dat het nazisme over zijn hoogtepunt heen was en dat nog een paar maanden uitstel het tij had kunnen keren. Maar het tij keerde niet. Omdat een handvol mannen geloofde dat ze het gevaar konden beheersen. Dat ze slimmer waren dan de demagoog. Dat de instituties sterk genoeg waren. Het is een les die verder reikt dan negentiendrieendertig. Democratieën sterven zelden in een klap. Ze worden uitgehold, stap voor stap, door mensen die zweren haar te beschermen. Berlijn, dertig januari negentiendrieendertig. Half twaalf 's ochtends. Een oude president zet zijn handtekening. Een nieuwe kanselier legt een eed af op een grondwet die hij zal vernietigen. Buiten is de winterlucht grijs en vochtig boven de Wilhelmstraße. Binnen, in de Rijkskanselarij, is zojuist de twintigste eeuw van richting veranderd. En niemand in die kamer begrijpt ten volle wat er zojuist is begonnen. Vond je deze aflevering de moeite waard? Like, abonneer en deel de podcast met iemand die dit ook moet horen. Je vindt ons op Spotify, Apple Podcasts en alle andere podcastplatformen. Suggesties voor nieuwe afleveringen? Mail 15minuten@doorzetters.net. Er is altijd een volgend beslissend kwartier. Mijn naam is Julius van Rossum. Dit was Het Beslissende Kwartier. Vijftien Minuten Die Alles Veranderden.