Het Beslissende Kwartier Jimi Hendrix: zijn volkslied op Woodstock (1969) Historisch moment: 18 augustus 1969 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/jimi-hendrix-volkslied-op-woodstock.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Bethel, New York. Maandag achttien augustus negentiennegenenzestig. De zon breekt door de ochtenddamp boven een glooiende wei die er vier dagen geleden nog uitzag als een gewone zuivelboerderij. Nu is het een moddervlakte, bezaaid met slaapzakken, afval en de resten van wat ooit een half miljoen mensen herbergde. De meesten zijn vertrokken. Terug naar hun levens, naar kantoren en scholen, naar de wereld die ze even achter zich hadden gelaten. Maar dertig- tot veertigduizend mensen blijven. Ze zijn moe, vies, uitgehongerd. En toch staan ze daar, hun blik gericht op het houten podium dat uitkijkt over het dal. Want daar, in de ochtendnevel, staat een zesentwintigjarige man met een witte Fender Stratocaster. Zijn naam is Jimi Hendrix. Over enkele minuten zal hij het Amerikaanse volkslied spelen. En niets zal ooit meer hetzelfde klinken. Dit is Het Beslissende Kwartier. Jimi Hendrix' volkslied op Woodstock. Om te begrijpen wat er die ochtend op dat podium gebeurt, moeten we terug naar de zomer van negentiennegenenzestig. Amerika is een land in oorlog. Met zichzelf. In Vietnam sneuvelen wekelijks honderden jonge soldaten in een conflict dat steeds zinlozer lijkt. Thuis woeden rassenrellen, wordt de burgerrechtenbeweging met geweld onderdrukt, worden studentenprotesten neergeslagen. Martin Luther King is een jaar eerder vermoord. Robert Kennedy eveneens. De oude zekerheden brokkelen af. Maar er groeit iets nieuws. Een generatie die weigert de oorlog te accepteren. Die andere waarden omarmt. Vrede. Liefde. Gemeenschap. Ze noemen zichzelf hippies, en de gevestigde orde weet niet wat het ermee moet. Voor sommigen zijn het landverraders, voor anderen de belofte van een betere wereld. In augustus negentiennegenenzestig krijgt die wereld een adres: een weiland in de Catskillbergen, zestig mijl van een stadje genaamd Woodstock. Het festival is het geesteskind van vier jonge ondernemers: Michael Lang, Artie Kornfeld, John Roberts en Joel Rosenman. Hun oorspronkelijke plan is bescheiden. Een opnamestudio bouwen, gefinancierd door een muziekfestival. Drie dagen van vrede en muziek, noemen ze het. Een Aquarische Expositie. Maar wat er gebeurt overtreft elke verwachting. De wegen naar Bethel slibben dicht. Files van tientallen kilometers ontstaan. Kaartcontrole wordt onmogelijk. De organisatoren nemen een besluit dat het festival zal definiëren: ze verklaren het gratis. De hekken gaan open. En ze blijven komen. Vrijdagmiddag om zeven minuten over vijf betreedt Richie Havens als eerste het podium, omdat de andere artiesten vastzitten in het verkeer. Wat volgt zijn drie dagen van chaos, gemeenschap en muziek. Regen verandert het terrein in een modderzee. Voedsel raakt op. De sanitaire voorzieningen zijn volstrekt ontoereikend. Maar er is geen geweld. Geen paniek. Alleen een half miljoen jonge mensen die samen iets beleven. Zondagavond, zeventien augustus. Jimi Hendrix zou de afsluiter zijn, maar de vertragingen hebben het schema volledig ontwricht. Pas in de vroege ochtend van maandag is het zijn beurt. Tegen die tijd zijn de meeste bezoekers vertrokken. Van de vier- tot vijfhonderdduizend blijven er nog dertig tot veertigduizend over. Hendrix kan kiezen: eerder optreden voor een groter publiek, of wachten en als laatste spelen. Hij kiest het laatste. Even na negenen beklimt hij het podium met zijn nieuwe band, Gypsy Sun and Rainbows. De zon staat laag. De nevel hangt nog over het dal. De mensen die gebleven zijn, staan verspreid over de modderige helling. Sommigen slapen nog in hun slaapzakken. Anderen zitten, te uitgeput om te staan. Dan slaat hij zijn versterkers aan en speelt de eerste akkoorden. Wat volgt is een optreden van bijna twee uur. Maar het moment dat de geschiedenis ingaat, duurt slechts drie minuten en zesenveertig seconden. Ergens halverwege zijn set laat Hendrix de openingsnoten horen van The Star Spangled Banner, het Amerikaanse volkslied. Maar dit is geen volkslied zoals Amerika het kent. Hendrix ontleedt de melodie, vervormt haar, vult de pauzes met krijsende feedback die klinkt als vallende bommen, als mitrailleurs, als de geluiden van een oorlog die tienduizenden kilometers verderop woedt. Journalist Bernard Collier is aanwezig. Later zal hij schrijven: plotseling drong dit geluid mijn hoofd binnen. Het klonk precies als raketten, projectielen en bommen die ontploften. Ik had nog nooit zoiets gehoord. Het publiek staat als aan de grond genageld. Dit is geen protest in de traditionele zin. Hendrix schreeuwt geen leuzen, houdt geen toespraak. Hij laat zijn gitaar spreken. Tom Law, een lid van de Hog Farm commune die als vrijwilliger op het festival werkt, staat in het publiek. Jaren later zal hij dit moment beschrijven. We bevonden ons op de meest vredige bijeenkomst die waarschijnlijk op dat moment op de planeet plaatsvond, zegt hij. En hij verbond ons met Vietnam. Het was de verwoesting en de brutaliteit en de waanzin. Dat was een essentieel kunstwerk. De noten golven over het dal, over de modder en de uitgeputte lichamen, over de restanten van drie dagen vrede en muziek. En in die klanken horen de aanwezigen iets dat ze niet kunnen benoemen maar allemaal herkennen. De pijn van een generatie. De woede over een oorlog die de hunne niet is. De hoop dat het anders kan. Wanneer Hendrix de laatste noten speelt, is er een moment van stilte. Dan barst het applaus los. Om kwart over elf die ochtend speelt Hendrix zijn laatste nummer, Hey Joe, en verlaat het podium. Het Woodstock Music and Art Fair is officieel ten einde. Wat overblijft is een modderig slagveld van achtergelaten tenten, slaapzakken en afval. De organisatoren staan op de rand van een faillissement. Maar boerderijeigenaar Max Yasgur, die zijn land had verhuurd, spreekt de vertrekkende menigte toe. Jullie hebben iets bewezen aan de wereld, zegt hij. Dat een half miljoen kinderen bij elkaar kunnen komen voor plezier en muziek, en niets anders dan plezier en muziek kunnen hebben. De woorden van de negenenveertigjarige boer aan de jonge generatie die hij nauwelijks begrijpt, maar wel respecteert. Het is een van de zeldzame momenten waarop de kloof tussen de generaties even overbrugd lijkt. Woodstock ontstaat niet in een vacuüm. Het festival is de culminatie van een decennium van sociale omwenteling. De burgerrechtenbeweging heeft de fundamenten van de Amerikaanse samenleving doen schudden. De moord op president Kennedy in negentiendrieënzestig heeft een generatie haar onschuld ontnomen. Het Monterey Pop Festival in negentienzevenenzestig heeft bewezen dat rockfestivals kunnen werken. En de Vietnamoorlog heeft een generatie gemobiliseerd tegen de overheid. Tegen de tijd dat Woodstock begint, is de tegencultuur geen marginaal verschijnsel meer. Het is een beweging van miljoenen. Maar het is ook een beweging zonder duidelijke leiding, zonder coherent programma, zonder strategie. Woodstock geeft die beweging een mythisch fundament. Een moment waarop het ideaal van vrede en gemeenschap even werkelijkheid leek. De erfenis van dat augustusweekend reikt verder dan muziekgeschiedenis. Een documentaire en soundtrackalbum in negentienzeventig zullen de beelden van Woodstock de wereld over dragen. Hendrix' Star Spangled Banner wordt een icoon van protest, een sonische samenvatting van de Vietnamoorlog. Maar de droom sterft snel. Vier maanden later, in december negentiennegenenzestig, eindigt het Altamont Free Concert in geweld en een dodelijk steekincident. De donkere kant van de tegencultuur wordt zichtbaar. Hendrix zelf overleeft het festival ruim een jaar. In september negentienzeventig sterft hij in Londen, zevenentwintig jaar oud. De hippiebeweging fragmenteert, verliest haar momentum. Maar Woodstock blijft. Als symbool. Als herinnering aan een moment waarop een half miljoen mensen bewezen dat een andere wereld mogelijk leek. Die ochtend op dat podium in Bethel speelt Jimi Hendrix niet zomaar een nummer. Hij hercomponeert de Amerikaanse identiteit ter plekke. Met elke vervormde noot stelt hij een vraag die het land niet wil beantwoorden: wat betekent dit volkslied eigenlijk, in een tijd dat jonge Amerikanen sterven voor een oorlog die niemand meer kan uitleggen? Hij geeft geen antwoord. Hij laat de vraag hangen in de ochtendlucht, samen met de rook van zijn versterkers en de modderlucht van het festivalterrein. De dertigduizend mensen die gebleven zijn, zullen dit moment de rest van hun leven met zich meedragen. Als bewijs dat ze erbij waren. Dat het echt is gebeurd. Dat vrede, al was het maar voor drie dagen, mogelijk was. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om het Amerikaanse volkslied voor altijd te veranderen. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Stel je voor dat het die ochtend had geregend. Dat Hendrix eerder had gespeeld, voor het volle publiek, maar zonder de intimiteit van die stille ochtend. Zou zijn Star Spangled Banner dezelfde impact hebben gehad? Misschien had hij een ander nummer gespeeld, een veiligere keuze voor een groter publiek. Misschien was het volkslied nooit zo iconisch geworden. De ironie is dat juist de vertragingen, juist de chaos, juist het geslonken publiek dit moment mogelijk maakten. Dertigduizend mensen in de ochtendzon, uitgeput en open, klaar om iets te horen dat een half miljoen mensen misschien hadden overstelpt met gejuich zonder echt te luisteren. Soms ontstaat geschiedenis niet ondanks de obstakels, maar dankzij. Vandaag is Max Yasgurs boerderij een herdenkingsplaats. Een monument markeert de plek waar het podium stond. Elk jaar komen bezoekers, sommigen oud genoeg om erbij geweest te zijn, de meesten geboren lang nadat de laatste noten verstomden. Ze staan op die heuvel en proberen zich voor te stellen hoe het geweest moet zijn. Die ochtend. Die stilte. Die gitaar. Een zesentwintigjarige man met een wit instrument, die aan een slinkende menigte liet horen wat Amerika probeerde niet te horen. De bommen. De doden. De waarheid. Het is nog steeds stil op die heuvel. Als je goed luistert, kun je de echo nog horen. Vond je deze aflevering de moeite waard? Like, abonneer en deel de podcast met iemand die dit ook moet horen. Je vindt ons op Spotify, Apple Podcasts en alle andere podcastplatformen. Suggesties voor nieuwe afleveringen? Mail 15minuten@doorzetters.net. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.