Het Beslissende Kwartier Verenigde Naties: de oprichting, nooit meer oorlog (1945) Historisch moment: 24 oktober 1945 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/nooit-meer-oorlog.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Vierentwintig oktober negentienvijfenveertig. Ratificatie-instrumenten uit de hele wereld zijn gedeponeerd. Uit Londen. Uit Moskou. Uit Parijs. Uit Chungking. Ambtenaren controleren zegels en handtekeningen. Tellen de stemmen van naties. Ergens in deze uren, in de stilte van bureaucratische procedures, gebeurt iets monumentaals. Geen kanonschoten. Geen fanfares. Alleen papier, inkt en de politieke wil van vijftig landen die zeggen: nooit meer. Nooit meer een wereldoorlog. Nooit meer tientallen miljoenen doden. Nooit meer de hel van Stalingrad, Auschwitz, Hiroshima. Het Handvest van de Verenigde Naties treedt in werking. Een nieuwe wereldorde begint. Dit is Het Beslissende Kwartier. Het kwartier waarin de mensheid een nieuw systeem bouwde. Om te begrijpen waarom deze dag in oktober negentienvijfenveertig zo beslissend is, moeten we terug naar negentiennegentien. Naar Versailles, waar de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog de Volkenbond oprichten. Een nobele gedachte. Een platform voor internationale samenwerking. Een manier om conflicten met woorden te beslechten in plaats van wapens. Maar de Volkenbond faalt. Spectaculair. Japan valt Mantsjoerije binnen in negentieneenendertig. Italië annexeert Ethiopië in negentienvijfendertig. Duitsland herbewapent, marcheert Oostenrijk binnen, claimt Tsjecho-Slowakije. De Volkenbond protesteert. Veroordeelt. En doet verder niets. De organisatie blijkt ineffectief in het voorkomen van agressie door totalitaire regimes. Resoluties zijn aanbevelingen, geen bindende wetten. Er is geen eigen leger. Geen mechanisme om agressors te stoppen. De lessen zijn hard: een internationale organisatie zonder de grote mogendheden, zonder tanden, is gedoemd te mislukken. Het ergste is misschien wel dat de Verenigde Staten, de machtigste natie ter wereld, nooit lid worden. De Amerikaanse Senaat weigert te ratificeren. Zonder Amerika is de Volkenbond een tandeloze tijger. En zo glijdt de wereld af naar een tweede, nog verwoestender wereldoorlog. Al tijdens de oorlog beginnen geallieerde leiders na te denken over wat er daarna moet komen. Franklin D. Roosevelt, de Amerikaanse president, is vastbesloten: Amerika zal dit keer niet aan de zijlijn blijven. Op veertien augustus negentieneenenveertig ondertekenen Roosevelt en de Britse premier Winston Churchill het Atlantisch Handvest. Geen formeel verdrag, maar een verklaring van principes. Zelfbeschikking. Vrije handel. Ontwapening van agressors. En, cruciaal, een breder en permanent systeem van algemene veiligheid. Op één januari negentientweeenveertig ondertekenen zesentwintig landen de Verklaring van de Verenigde Naties. De term wordt hier voor het eerst officieel gebruikt. Deze naties verbinden zich tot gezamenlijke strijd tegen de As-mogendheden. Maar ze planten ook een zaadje. Het zaadje van een nieuwe wereldorganisatie. De jaren die volgen zijn een mozaïek van conferenties en onderhandelingen. Moskou, negentiendrieenveertig: de ministers van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie en China ondertekenen de Verklaring van Moskou op dertig oktober. Ze erkennen de noodzaak van een algemene internationale organisatie voor het handhaven van vrede en veiligheid. Dumbarton Oaks, eenentwintig augustus tot zeven oktober negentienvierenveertig: vertegenwoordigers van dezelfde vier mogendheden komen bijeen in Washington D.C. om een blauwdruk voor de nieuwe organisatie op te stellen. Ze ontwerpen de structuur van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering. De contouren van een nieuwe wereldorde worden zichtbaar. Jalta, vier tot elf februari negentienvijfenveertig: Roosevelt, Churchill en Stalin bereiken overeenstemming over de stemprocedures in de Veiligheidsraad en het vetorecht van de permanente leden. Het is een cruciaal compromis. Zonder vetorecht zou geen van de grote mogendheden akkoord gaan. Ze zouden nooit toestaan dat een internationale organisatie besluiten neemt die tegen hun vitale belangen ingaan. Het vetorecht is de prijs voor hun deelname. En dan San Francisco, vijfentwintig april negentienvijfenveertig. Vijftig naties komen bijeen. Twee maanden lang onderhandelen ze over elk woord, elke komma. Op zesentwintig juni tekenen ze het Handvest. Harry Truman, die Roosevelt na diens dood in april is opgevolgd, spreekt de delegaties toe. Het Handvest van de Verenigde Naties dat u zojuist hebt ondertekend, zegt hij, is een solide structuur waarop we een betere wereld kunnen bouwen. Maar tekenen is niet genoeg. Het Handvest moet geratificeerd worden. Ratificatie. Een droog juridisch woord voor een proces vol spanning. Het Handvest bepaalt dat de Verenigde Naties pas bestaan wanneer de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, plus een meerderheid van de andere ondertekenende staten, hun ratificatie-instrumenten hebben gedeponeerd. De vijf permanente leden: de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie, China en Frankrijk. De Grote Vijf. De overwinnaars. Elk van hen krijgt vetorecht, de macht om elke beslissing van de Veiligheidsraad te blokkeren. Dit weerspiegelt de geopolitieke realiteit van na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het principe van soevereine gelijkheid wordt nagestreefd in de Algemene Vergadering, is er een duidelijke ongelijkheid in macht in de Veiligheidsraad. De vijf permanente leden hebben een invloed die geen ander land bezit. Het is geen democratie. Het is machtspolitiek, gecodificeerd in een handvest. Het is een compromis. Zonder vetorecht zouden de grote mogendheden nooit meedoen. Met vetorecht is de organisatie misschien verlamd. Maar eerst moet iedereen ratificeren. En dat gebeurt in oktober negentienvijfenveertig, in een cascade van parlementaire goedkeuringen en diplomatieke deponeringen. De Verenigde Staten ratificeren. Een wereld van verschil met negentiennegentien, toen dezelfde Senaat de Volkenbond torpedeerde. Deze keer is de steun overweldigend. De oorlog heeft de Amerikanen geleerd dat isolationisme geen optie meer is. Dat oceanen geen bescherming bieden tegen moderne oorlogsvoering. Dat Amerika een rol moet spelen in de wereldorde, of die wereldorde aan anderen overlaten. Truman is eenenzestig jaar oud, een man uit Missouri die nooit had verwacht president te worden. Nu staat hij aan het roer van een nieuwe wereldorde. Het Verenigd Koninkrijk volgt op twintig oktober. De Sovjet-Unie op vierentwintig oktober. Clement Attlee, de Britse premier, is tweeenzestig. Zijn Labour-regering is nog geen drie maanden oud. Frankrijk ratificeert, met Charles de Gaulle als voorzitter van de Voorlopige Regering. China, onder Chiang Kai-shek, eveneens. Op vierentwintig oktober negentienvijfenveertig, ergens op die dag, is het quorum bereikt. Het Handvest treedt in werking. De Verenigde Naties bestaan. Er is geen ceremonie. Geen handdrukken voor de camera. De exacte minuut wordt niet vastgelegd, of is in ieder geval niet overgeleverd in de historische bronnen. Het is een bureaucratisch moment dat een revolutie markeert. Voor het eerst in de geschiedenis hebben bijna alle naties ter wereld zich verbonden aan een systeem van collectieve veiligheid. Een permanent platform voor diplomatie. Een forum waar de stemlozen stem krijgen. De eerste zitting van de Algemene Vergadering vindt plaats op tien januari negentienzesenveertig, in Londen. Eenenvijftig landen zijn er vertegenwoordigd. Polen, dat niet aanwezig was in San Francisco vanwege een machtsstrijd over welke regering het land vertegenwoordigde, ondertekent het Handvest op vijftien oktober. Daarmee komt het aantal oorspronkelijke lidstaten op eenenvijftig. De wereld kijkt toe. Hoopvol. Sceptisch. Uitgeput van zes jaar oorlog. Zestig miljoen doden. Hele steden in puin. En nu dit: een zaal vol diplomaten die beloven het anders te doen. De mannen die de Verenigde Naties vormgeven zijn gehard door oorlog en teleurstelling. Harry Truman nam de beslissing om atoombommen te werpen op Hiroshima en Nagasaki, nog geen drie maanden voor deze oktoberavond. Jozef Stalin, zesenzestig jaar, heerst over een imperium gebouwd op terreur en massagraven. Chiang Kai-shek vecht tegen communistische opstandelingen in zijn eigen land. Charles de Gaulle probeert Frankrijk te herstellen van bezetting en collaboratie. Dit zijn geen idealisten. Het zijn pragmatici die weten wat er gebeurt als de internationale orde instort. Zoals later zou worden gezegd, en vaak toegeschreven aan secretaris-generaal Dag Hammarskjöld: de Verenigde Naties zijn niet opgericht om ons naar de hemel te brengen, maar alleen om ons van de hel te redden. Dat is de ambitie. Bescheiden en groots tegelijk. De decennia die volgen tonen zowel de kracht als de zwakte van het systeem. Het vetorecht verlamt de Veiligheidsraad tijdens de Koude Oorlog. Korea. Vietnam. Hongarije. De Sovjet-Unie en het Westen blokkeren elkaars resoluties. Maar de Verenigde Naties bieden ook iets nieuws. Een platform voor dekolonisatie. Tientallen nieuwe naties treden toe, van India tot Ghana, van Indonesië tot Congo. In negentienachtenveertig adopteren de lidstaten de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Voor het eerst worden mensenrechten gecodificeerd als internationaal principe. Het is een direct gevolg van de verschrikkingen van de oorlog. Van de Holocaust. Van de systematische ontmenselijking van miljoenen. De verklaring legt de basis voor het moderne internationale recht en de principes van mensenrechten die we vandaag nog kennen. Vredesmissies, hoe gebrekkig ook, proberen conflicten te bevriezen. Hulporganisaties verlichten honger en ziekte. Het is niet de hemel. Maar het is ook niet de hel van negentienveertig. Vandaag, meer dan tachtig jaar later, zijn de Verenigde Naties nog altijd het enige wereldwijde forum waar alle naties, groot en klein, een stem hebben. Het systeem is gebrekkig. Het vetorecht blijft controversieel. Resoluties worden genegeerd. Genocides vinden plaats terwijl de Veiligheidsraad vergadert. Maar de organisatie bestaat. Dat alleen al is een prestatie. Elke dag dat diplomaten praten in plaats van schieten, is een dag die de oprichters hadden gehoopt. Elke dag dat een hulpkonvooi een oorlogszone binnenrijdt onder de blauwe vlag, is een erfenis van die oktoberavond. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om de papieren te controleren, de ratificaties te tellen en een nieuwe wereldorde te laten beginnen. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Wat als het anders was gelopen? Wat als de Amerikaanse Senaat opnieuw had geweigerd? Isolationisten hadden bijna de Volkenbond gekelderd. Ze hadden het opnieuw kunnen proberen. Zonder de Verenigde Staten zou de nieuwe organisatie dezelfde zwakte hebben als haar voorganger. De machtigste natie ter wereld zou opnieuw afzijdig blijven. Het zou een herhaling zijn van het interbellum, met voorspelbaar tragische gevolgen. Of wat als Stalin had geweigerd? De Sovjet-Unie had haar eigen visie op de naoorlogse orde, een visie van invloedssferen en bufferstaten. Een Verenigde Naties zonder de Sovjet-Unie zou een westers clubje zijn geweest, machteloos in het aangezicht van de Koude Oorlog. Misschien was er dan een derde wereldoorlog gekomen. Misschien nucleair. Het feit dat alle grote mogendheden, ondanks hun onderlinge wantrouwen, dit ene platform deelden, gaf de wereld een plek om te praten voordat ze schoten. Dat was geen garantie. Maar het was iets. Op vierentwintig oktober negentienvijfenveertig, Op die dag, terwijl de ratificaties werden verwerkt, wordt de wereld anders. Niet met een knal, maar met een handtekening. Niet met een overwinning, maar met een belofte. De belofte dat naties zullen praten voordat ze vechten. Dat de sterken de zwakken niet zomaar zullen verpletteren. Dat er regels zijn, hoe vaak ze ook worden gebroken. Het is een fragiele belofte. Maar het is meer dan de wereld ooit eerder had. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.